Gezinswoning in Amsterdam lastig te vinden, maar landelijk zijn er juist te veel - en dat overschot neemt snel toe
In dit artikel:
ABN Amro waarschuwt dat Nederland de komende decennia met een flink overschot aan eengezinswoningen zit, terwijl steden zoals Amsterdam juist kampen met een tekort aan geschikte gezinswoningen. Uit het onderzoek blijkt dat ruim 60% van de Nederlandse woningvoorraad uit eengezinswoningen bestaat: ongeveer 5,2 miljoen van de 8,3 miljoen huizen. Die woningen worden echter slechts door circa 2,6 miljoen gezinnen bewoond; het aantal gezinnen groeit naar verwachting naar ongeveer 3 miljoen in 2050, wat onvoldoende is om het aanbod te absorberen.
Tegelijkertijd verwachten de onderzoekers dat door nieuwbouw en het vrijkomen van woningen van babyboomers—ongeveer 900.000 eengezinswoningen tussen nu en 2050—er rond de 1,2 miljoen extra eengezinswoningen beschikbaar zullen komen. Dat vergroot het risico op leegstand en waardedalingen, aldus ABN Amro, omdat de vraag naar grotere woningen structureel is afgenomen terwijl het aandeel eenpersoonshuishoudens in de afgelopen decennia sterk is gestegen (nu rond 40%).
Amsterdam vormt een tegenbeeld: van de bijna 500.000 woningen in de stad is slechts 16% geschikt voor gezinnen, veel lager dan het landelijke aandeel van circa 40% in andere steden. De Amsterdamse woningbouw richt zich de laatste jaren vooral op kleine tot zeer kleine woningen, waardoor gezinnen moeite hebben passende huizen te vinden en jongeren de stad op relatief jonge leeftijd verlaten. Ook in de sociale huursector is er veel mismatch: een groot deel van de grotere corporatiewoningen wordt bewoond door alleenstaanden, terwijl veel grote gezinnen in te krappe woningen wonen.
In het pas verschenen coalitieakkoord van PRO Amsterdam en D66 ontbreekt een sterke focus op het bijbouwen van gezinswoningen; de partijen willen vooral bestaande voorraad beter benutten en onderzoeken of er een ‘middensegmentplus’ voor grotere gezinswoningen mogelijk is. ABN Amro en andere onderzoeksbureaus pleiten daarnaast voor meer investeringen in huisvesting voor ouderen en eenpersoonshuishoudens om doorstroming te stimuleren en zo het aanbod beter op de vraag af te stemmen.
Kortom: nationaal dreigt door demografische verschuivingen en voorraadstijging een overschot aan eengezinswoningen met economische risico’s, terwijl stedelijke tekorten en ruimtelijke beperkingen—vooral in Amsterdam—blijvende knelpunten voor gezinshuisvesting blijven. Aanpassing van beleid en gerichte herontwikkeling van bestaande woningen zijn nodig om die tegenstelling te verkleinen.