Geweld en overlast in Haren en Delfzijl: is het losgeslagen of criminele jeugd? 'Online wordt het snel een snelkookpan'
In dit artikel:
In korte tijd zijn in Groningen en omliggende plaatsen meerdere onrustwekkende incidenten met jongeren opgedoken, waarbij sociale media een centrale rol spelen. In Haren dwong een jongen op een fatbike andere jongeren op hun knieën en bedreigde hen met een pistool terwijl hij het optreden filmde. In Delfzijl en enkele wijken van Groningen veroorzaken groepen losgeslagen jeugd vergelijkbare problemen. Een concreet voorbeeld: op 5 december werden in de buurt Kostverloren twee elfjarige vrienden van het schoolplein getrokken, van hun fietsen gegooid, geschopt en geslagen; één dader stal een schoen en één filmde de mishandeling. De moeder van een slachtoffer deed aangifte en zegt dat haar zoon sindsdien niet meer alleen naar voetbal durft.
Volgens Lieuwe Rozema, beleidsadviseur jeugd & veiligheid van de gemeente Groningen, is jeugdcriminaliteit de afgelopen twintig jaar gehalveerd, maar is er een kleinere, kwetsbare groep overgebleven die ernstigere overlast veroorzaakt — mede versterkt door sociale media. Hij noemt armoede, eenoudergezinnen, psychische problemen, verslavingen in het gezin, schooluitval en lichte verstandelijke beperkingen als risicofactoren. De digitale wereld loopt naadloos door het gewone leven heen: online dreigen, afpersing met foto’s en het publiceren van vernederende beelden voelen voor slachtoffers vaak even direct aan als bedreigingen op straat.
Experts waarschuwen dat het filmen en delen van geweld het gedrag van daders aanwakkert omdat zij daarmee willen pronken, terwijl slachtoffers publiekelijk worden vernederd. Mediapedagoog Harry Hol benadrukt dat ouders meer aandacht moeten hebben voor het onlineleven van hun kinderen en open gesprekken moeten voeren. Criminoloog Jeroen van den Broek beschrijft hoe ruzies via groepsapps escaleren tot fysieke confrontaties die vervolgens online circuleren. Hij pleit ervoor dat jongeren daadwerkelijk verantwoordelijk gesteld worden wanneer ze vernederende of wraakporno-achtige beelden verspreiden; nu blijft dat vaak abstract en ongestraft.
Groningen zet in op een combinatie van preventie en repressie: veel buurtgerichte jeugdwerkers werken nauw samen met wijkagenten, jeugdboa’s en straatcoaches; bij problematische groepen treden burgemeester, politie en Openbaar Ministerie gezamenlijk op, wat volgens Rozema effectief is. Wat veel jongeren helpt, beproefde hij, zijn stabiele relaties, werk en woning — en vooral een betrouwbare volwassene dichtbij. Ondanks de verontrustende incidenten benadrukken deskundigen dat jongeren relatief veilig opgroeien, maar dat de digitalisering van conflicten en een onzekere wereldorde extra aandacht en maatwerk vragen.