Geweld en arrestaties bij omstreden vlaggenmars Jeruzalem
In dit artikel:
Tienduizenden nationalistische Israëliërs trokken donderdag tijdens de Jeruzalem Dag-vlaggenmars door de Oude Stad; de optocht eindigde opnieuw in geweld. In de islamitische wijk werden winkels beschadigd, journalisten en linkse activisten die kwamen om Palestijnen te beschermen belaagd, en minstens dertien mensen — zowel Joden als Arabieren — gearresteerd. Kort na de middag escaleerden de spanningen toen sommige deelnemers Palestijnse winkeliers onder druk zetten die hun zaak nog niet hadden gesloten. Verslagen melden ook racistische leuzen en dat joodse winkeliers tevoren borden ophingen om hun panden als joods te markeren.
Minister van Veiligheid Itamar Ben-Gvir bezocht voor de mars de Tempelberg (Haram al-Sharif) en zwaaide er met de Israëlische vlag; hij publiceerde daarna berichten die aansloten bij de nationalistische inslag van de dag. Jordanië, dat het islamitische beheer van de heilige locaties in Oost-Jeruzalem uitoefent, veroordeelde het bezoek als een schending van internationaal recht. De politie meldde daarnaast eerder op de dag de aanhouding van een verdachte die een aanslag tijdens de vieringen zou hebben gepland.
Jeruzalem Dag herdenkt de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967; Israël ziet heel Jeruzalem als zijn hoofdstad, een stelling die internationaal grotendeels niet wordt erkend. De gebeurtenissen vielen samen met het bewind van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël; Ben-Gvir, woonachtig in een Westoevernederzetting, leidt het ministerie dat de politie-inzet rond de mars coördineerde en nam zelf actief deel.