Geweld, bomenkap en nieuwe nederzettingen: Israël verstikt de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever

dinsdag, 17 februari 2026 (16:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

In het Palestijnse dorp al-Mughayyir op de bezette Westelijke Jordaanoever leven circa 3.000 mensen in toenemende isolement en angst. Om de enige toegangsweg open te houden steken bewoners regelmatig autobanden in brand: rook en vuur moeten radicale Israëlische kolonisten op afstand houden. Tegelijk lopen kolonisten ’s nachts langs het dorp, soms begeleid of afgeschermd door het Israëlische leger, met tractors om grond om te ploegen of met knuppels om olijvenplukkers en herders aan te vallen.

De schrijnende persoonlijke casus van Afaf Abu Alia (55) illustreert het geweld. Vorig jaar werd ze tijdens de olijvenoogst door gemaskerde mannen mishandeld; beelden van een Amerikaanse journalist circuleerden. Ze raakte zwaar gewond en zegt dat militairen die ochtend eerst traangas gebruikten en dat daarna kolonisten toesloegen. Meermaals melden dorpelingen dat het leger niet ingrijpt tegen de aanvallen en soms zelfs de bewegingen van kolonisten faciliteert. Een veertienjarige jongen, Mohammed Saad Naasan, werd kort na een bezoek aan het dorp doodgeschoten nadat hij stenen had gegooid.

De afgelopen jaren is het aantal buitenposten en nederzettingen rondom Palestijnse dorpen snel gegroeid. Vorig jaar alleen al werden 86 nieuwe buitenposten geregistreerd. Zulke kleine nederzettingen — vaak eerst caravans op heuveltoppen — zijn volgens bewoners het startpunt van grondverlies: er worden wegen aangelegd, elektriciteit gelegd en omliggende landbouwgrond in beslag genomen of verwoest. In al-Mughayyir werden grote delen van olijfboomgaarden gerooid door het leger met het argument dat zichtvelden voor nabijgelegen buitenposten nodig waren. Voor veel families is de olijvenoogst en het hoeden van schapen de economische ruggengraat; aanslagen en landverlies ondermijnen dat direct.

Beleid op hogere schaal ondersteunt deze lokale dynamiek. De regering-Netanyahu en figuren als minister Yisrael Katz noemen de stichters van buitenposten „pioniers” en kondigen legalisatie aan van veel illegale nederzettingen. Nieuwe maatregelen maken het voor Palestijnen lastiger land te behouden: Israël neemt nu directe controle over zaken als water en milieu in bezet gebied en schrapt een oude wet die de verkoop van Palestijnse grond aan niet-Arabieren verbood, waardoor onderhandse overdrachten aan kolonisten eenvoudiger worden. Daarnaast moeten Palestijnen in Gebied C voortaan eigendom kunnen aantonen; bij gebrek aan papieren kan de staat grond in beslag nemen — critici vrezen grootschalige onteigening van erven die al generaties in familiebezit zijn.

Het beeld verklaart waarom veel Palestijnen de hoop op een levensvatbare, aaneengesloten Palestijnse staat zien afnemen. De Oslo-akkoorden verdeelden de Westelijke Jordaanoever in gebieden A, B en C met de belofte van geleidelijke uitbreiding van Palestijnse autonomie. In de praktijk bleken A-enclaves van elkaar afgesneden, en werd Gebied C systematisch volgebouwd met nederzettingen en buitenposten, die feitelijk geannexeerd raken. Onderzoeker Yehuda Shaul en anderen constateren dat kolonisten nu ook gebied B op het vizier hebben en met geweld proberen Palestijnen te verdrijven, met stilzwijgende of expliciete steun van de staat.

Ook voor dorpen die ooit relatief veilig waren, zoals het christelijke Taybeh bij Ramallah, betekent dit dagelijkse beperkingen: afsluitingen, lange omwegen en dreiging van aanvallen hebben sociale en economische activiteit teruggedrongen. Madees Khoury, eigenaar van de lokale brouwerij Taybeh, vertelt dat een deel van hun land ontoegankelijk is geworden en dat wijngaarden zijn verwoest, maar zij houdt vast aan de hoop op vrede en herstel van bedrijvigheid.

Internationaal is er kritiek — de EU en Arabische landen veroordeelden recente Israëlische stappen — maar concrete druk ontbreekt, waardoor op de Westelijke Jordaanoever de zogeheten „feiten op de grond” verder worden vastgesteld. Voor veel Palestijnen betekent dat: minder bewegingsvrijheid, verlies van middelen van bestaan en het gevoel van langzaam verstikt te worden door een combinatie van kolonistenexpansie en beleid dat die expansie faciliteert.