Gevoelstemperatuur is geen kwestie van gevoel: 'Wellicht niet beste omschrijving'
In dit artikel:
Het KNMI rekent gevoelstemperatuur met een vaste internationale formule (de JAG/TI-methode, standaard sinds 2001) die windsnelheid en gemeten luchttemperatuur combineert om het warmteverlies van een gemiddeld volwassen lichaam te schatten. KNMI-meteoroloog Lone Mokkenstorm legt uit dat hoe harder de wind, hoe kouder het voor mensen aanvoelt ten opzichte van de thermometerwaarde: bij bijvoorbeeld −5 °C en een wind van 20 km/u voelt het al ongeveer als −11,6 °C. Bij windkracht 5 kan een luchttemperatuur van −10 °C aanvoelen als rond −20 °C.
Extreme lage gevoelstemperaturen zoals −15 °C, die recent nog één nacht voorkwamen in Nederland, worden door de klimaatontwikkeling steeds zeldzamer. Sinds 2021 is zo’n waarde alleen nog in Eelde (Drenthe) geregistreerd; volgens klimaatprojecties en waarnemingen in De Bilt komt zo’n situatie nu nog ongeveer eens per zes à zeven jaar voor, waar dat in de periode 1850–1900 gemiddeld eens per anderhalf jaar gebeurde. Omdat de gemiddelde winterdagminimumtemperatuur stijgt terwijl de gemiddelde windsnelheid grotendeels gelijk blijft, nemen “code geel”-achtige koude-ervaringen af.
De JAG/TI-formule is betrouwbaar voor het windeffect op warmteverlies maar heeft ook grenzen: ze houdt niet apart rekening met de temperatuur van de aanrijzende lucht, windrichting of zonnestraling. Zon kan de waargenomen kou aanzienlijk verminderen — bij zonneschijn kan de gevoelstemperatuur 5–10 °C hoger lijken dan de berekening aangeeft. In Engelstalige bronnen wordt dit concept vaak aangeduid als “wind chill”.