Gevaar van extreme regen voor Drenthe en Groningen wordt onderschat. 'Niet raar opkijken als mensen hun huizen blijvend moeten verlaten'
In dit artikel:
Het Noorden van Nederland moet zich beter wapenen tegen de veiligheidsrisico’s van extreme regen; de gevaren worden nog te licht opgevat en huidige maatregelen zijn te vrijblijvend. Dat zegt Floris Boogaard, lector klimaatadaptatie aan de Hanzehogeschool, naar aanleiding van een donderdag gepresenteerd rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV). Het OVV-rapport waarschuwt dat overheden, bedrijven en burgers zich meer bewust moeten worden van de risico’s van zware neerslag en de maatschappelijke ontwrichting die dit kan veroorzaken.
Boogaard benadrukt dat snelle opwarming leidt tot meer weersextremen en dat neerslag bij voorkeur op de plek zelf verwerkt moet worden: minder verstening, meer groen, waterdoorlatende inrichting, grotere riolen en wadi’s. Hij vindt dat stimulerende maatregelen (zoals een tegeltax en ophaaldiensten) niet genoeg opleveren en pleit waar nodig voor dwingender regelgeving, vooral bij nieuwbouw en wijkontwerp. Lokale partijen in Groningen roepen ook op tot concrete beschermingsmaatregelen voor bestaande en nieuwe woongebieden en bedrijfsterreinen.
Praktijkvoorbeelden uit het OVV-onderzoek tonen de gevolgen: in Enschede lagen laaggelegen wijken als Pathmos en Stadsveld onder water, met rioolschade en tachtig woningen met gezondheidsklachten door optrekkend vocht. Boogaard vreest dat bij toenemende extreme buien sommige bewoners hun huizen voorgoed moeten verlaten. OVV-plaatsvervangend voorzitter Erica Bakker benadrukt dat onveiligheid nu al merkbaar is en dat er hard gewerkt moet worden om bij te blijven.
Kort gezegd: preventie en ruimtelijke aanpassing moeten minder vrijblijvend en meer structureel worden aangepakt om de toenemende risico’s van extreme regen te beheersen.