Geschiedenis schrijven vraagt meer dan symboliek Rob Jetten
In dit artikel:
De benoeming van een openlijk homoseksuele premier is historisch en symbolisch belangrijk, maar het nieuw afgesloten coalitieakkoord levert weinig substantiële verbetering voor LHBTI+-rechten. De term LHBTI+ komt slechts drie keer voor; er is geen samenhangende visie op structurele ongelijkheid, geen plan tegen de stijgende geweldsincidenten, geen investering in preventie of sociale acceptatie en geen woord over al jaren voerde wetgeving rond transpersonen. Zelfs labels als homo, lesbisch, biseksueel of transgender worden niet expliciet genoemd — een opvallend stilzwijgen dat politieke betekenis heeft omdat benoemen erkenning betekent.
Een concreet voorbeeld van hoe die woorden in de politiek blijken te ontbreken: op 4 februari stemde de Tweede Kamer een motie van JA21 tegen aparte opvanglocaties voor LHBTI+-vluchtelingen, met steun van VVD en CDA en tegenstand van D66. De motie werd met ruime meerderheid aangenomen, wat laat zien hoe rechten die van meerderheden afhankelijk zijn, snel tot onderhandelingsstof vervallen. Representatie zonder verankering in beleid blijft oppervlakkig; een regenboog op een gevel is onvoldoende als er geen duurzame bescherming achter zit.
Als gemeenteraadslid in Amsterdam verwijst de auteur naar dagelijkse praktijk: jongeren die na een coming-out tijdelijk op straat belanden, hoge zelfmoordcijfers onder LHBTIQ+-jongeren en dreiging op straat. Zichtbaarheid biedt erkenning, maar veiligheid en concrete juridische en sociale garanties zijn doorslaggevend. Het coalitieakkoord bevat mooie woorden maar geen harde garanties; gelijke rechten mogen niet afhankelijk zijn van politieke windrichtingen. De oproep is duidelijk: zichtbaarheid is slechts het begin — echte vooruitgang vereist structurele, niet-onderhandelbare bescherming van gelijke rechten.