Gereformeerde Gemeenten verliezen 404 leden; alleen classes Barneveld en Dordrecht stijgen in ledental
In dit artikel:
Het Kerkelijk Jaarboek 2026, dat donderdag verschijnt, geeft een genuanceerd beeld van de Gereformeerde Gemeenten: landelijk licht krimpend maar regionaal wisselend. Het kerkverband telt nu 150 gemeenten (per 1 januari waren het er nog 151 inclusief twee buitenlandgemeenten; na de opheffing van Oostvoorne is dat 150). In totaal vormen doopleden en belijdende leden samen ongeveer 106.325 personen: het aantal gedoopte leden daalde met ruim 700 tot 45.751, terwijl het aantal belijdende leden juist met ruim 300 toenam tot 60.574. Dat leidt tot een kleine daling van 0,4 procent op het totaal, een voortzetting van de recente trend.
Bewegingen tussen kerken blijven opvallend: 2.365 (doop)leden verlieten de Gereformeerde Gemeenten, terwijl 739 toetraden. Veel vertrekkers gingen naar de Protestantse Kerk in Nederland (689) en de Hersteld Hervormde Kerk (685); 469 personen onttrokken zich zonder aansluiting bij een andere kerk. De grootste instromende groepen kwamen uit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de HHK; vier niet-kerkelijken traden toe. Tegelijk is er een duidelijk geboorteoverschot: er werden 1.847 kinderen gedoopt tegenover 683 overleden leden, en bijna 1.600 mensen legden openbare geloofsbelijdenis af (53 procent vrouw).
Regionaal zijn de verschillen groot. De grootste relatieve terugloop deed zich voor in de classes Amsterdam (‑5,5%), Rotterdam (‑1,9%) en Gouda (‑1,2%). Alleen de classes Dordrecht (+0,5%, 9.436 leden) en Barneveld (+0,8%, 19.997 leden) groeiden in omvang; classis Barneveld is inmiddels groter dan de particuliere synode Noord‑West (Amsterdam, Gouda, Utrecht) volgens dr. C.S.L. Janse. Op gemeentelijk niveau behoorden groeiers tot onder meer Hoogeveen (plus 9% tot 196 leden) en Ede (plus 80 tot 1.539), terwijl grote dalers waren Lelystad (‑24% tot 82) en Lisse (‑90 tot 1.041). De kleinste gemeenten zijn Delft (35), Den Helder (44) en Deventer (46); Rotterdam‑Centrum telt nog 50 leden, terwijl die gemeente in de jaren zeventig tot de grootsten behoorde. De grootste lokale gemeenten (tussen 2.200 en 2.700 leden) zijn onder meer Rijssen‑Zuid, Kootwijkerbroek, Veenendaal, Nunspeet en twee Barneveldse wijken.
Personeel en zusterkerken: per 1 januari waren er 68 dienstdoende predikanten (één minder dan een jaar eerder) en 17 emeriti. Het Noord‑Amerikaanse zusterverband Netherlands Reformed Congregations groeide met 78 leden tot 11.650, met 25 gemeenten en 11 predikanten.
In het jaaroverzicht reflecteert ds. J.M.D. de Heer (scriba van de laatstgehouden generale synode) op kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Hij merkt op dat de huidige regering volgens hem geen expliciete botsing zoekt met christelijke partijen, waardoor ethische discussies minder op scherp komen te liggen. Daarnaast uit hij zorgen over scheuringen in de Christelijke Gereformeerde Kerken, veroorzaakt door gemeenten die zich niet houden aan synodebesluiten onder verwijzing naar gehoorzaamheid aan de Bijbel — een situatie die hij waarschuwend noemt voor de Gereformeerde Gemeenten. De Heer wijst ook op de pijn die predikanten kunnen ervaren bij het zien van geleidelijke afname van gemeenteleden en roept op tot bezinning op eerdere toezeggingen en op de concrete verbondenheid van prediking en gemeenteleven.