Gerechtshof telt €643.000 bij de notaris en de papieren waardestijging van het huis waarin ouders gratis wonen mee in box 3

donderdag, 29 oktober 2026 (09:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch laat zien hoe twee box 3-regels elkaar kunnen versterken. Een man verkocht zijn woning op 31 december 2020. De leveringsakte werd nog die dag in het Kadaster ingeschreven, maar de verkoopopbrengst van €643.000 werd pas op 4 januari 2021 door de notaris overgemaakt. Op 1 januari was hij daardoor geen eigenaar van de woning meer, maar had hij een vordering op de koper. Die vordering viel in box 3 en mocht niet worden behandeld als een banktegoed met een vrijwel nihil rendement.

De man had daarnaast de blote eigendom van de woning waarin zijn ouders op basis van vruchtgebruik levenslang gratis mochten wonen. Hoewel hij daar geen huur voor ontving, steeg de fiscale waarde van deze eigendom in 2021 op papier. Het hof oordeelde, in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024, dat voor het werkelijke rendement naar het totale box 3-vermogen moet worden gekeken. Ook een nog niet gerealiseerde waardestijging van vastgoed telt daarbij mee.

De rechtbank had het box 3-inkomen eerder op nul gezet, omdat de man over zijn spaargeld en de vordering bij de notaris feitelijk geen rente had ontvangen. Het hof verlaagde de oorspronkelijke forfaitaire grondslag van €31.917 echter slechts tot €25.623. Dat bedrag kwam voort uit het aandeel van de man in de waardestijging van de ouderlijke woning. De uitspraak onderstreept dat een woningverkoop vlak voor de jaarwisseling en een papieren waardestijging van vastgoed grote gevolgen kunnen hebben voor de tegenbewijsregeling in box 3.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Raymond Mens reageert op uitspraken Gordon bij Vandaag Inside: 'Ik ben blij dat ik wat bijval krijg'