Gerechtigheid in de maak: OM eist 2,5 jaar cel tegen gevallen tv-ster Ali B

donderdag, 26 maart 2026 (15:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Rapper Ali B staat in hoger beroep terecht omdat het Openbaar Ministerie (OM) een veel zwaardere straf eist dan in eerste aanleg: in plaats van de eerdere twee jaar wil justitie nu een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden. Centraal in het requisitoir staat de verkrachtingszaak rond zangeres Ellen ten Damme. Waar de rechtbank in eerste aanleg haar feiten als poging beoordeelde, stelt het OM in hoger beroep dat er wél sprake was van voltooid seksueel binnendringen en dat Ten Dammes verklaringen betrouwbaar en overtuigend zijn.

Het OM legt daarnaast ook nieuw gewicht in de schaal bij de aanranding van Naomi, waarvoor Ali B eerder werd vrijgesproken wegens gebrek aan ondersteunend bewijs; justitie vindt nu wél voldoende aanwijzingen voor een veroordeling. Overigens vraagt het OM voor de aangifte van Jill Helena om vrijspraak, niet omdat haar verhaal niet geloofwaardig zou zijn, maar omdat er volgens het dossier onvoldoende aanvullend bewijs is om tot een veroordeling te komen.

De verdediging probeerde de geloofwaardigheid van de getuigen aan te tasten door verschilpunten in hun herinneringen aan te voeren. De officier van justitie weerlegde dat door te benadrukken dat herinneringen na verloop van tijd kunnen afwijken zonder dat dat een aanwijzing voor onbetrouwbaarheid is; chronologische verschillen betekenen volgens haar niet automatisch dat verklaringen onjuist zijn. Ook kwamen tegenstrijdigheden in verklaringen van bekende entourageleden aan de orde: zo gaf Ronnie Flex tegenover de politie eerst weinig informatie, maar maakte later bij de onderzoeksrechter veel uitgebreidere uitspraken.

De zittingsreis werd verder overschaduwd door ernstige intimidatie van de slachtoffers: Naomi en Jill Helena zouden online en thuis bedreigd en lastiggevallen zijn door aanhangers van de rapper. De officier wees tijdens het requisitoir op de zware impact van seksuele misdrijven op het vertrouwen en welzijn van slachtoffers.

De rechtbank in het hof doet uitspraak op 7 mei. De zaak krijgt in de berichtgeving en in het commentaar scherpe, emotionele aandacht; het oorspronkelijke bericht bevatte bovendien sterke retoriek tegen Ali B en brede politieke boodschappen die losstaan van de juridische kern van de zaak.