Georg Baselitz zwoer trouw aan lelijkheid, obsceniteit en godslastering, en zette de schilderkunst op z'n kop

vrijdag, 1 mei 2026 (18:20) - Trouw

In dit artikel:

Georg Baselitz is donderdag op 88‑jarige leeftijd overleden. De Duitse schilder en beeldhouwer werd vooral bekend door zijn ‘op‑z’n‑kop’-schilderijen, maar geldt breder als een centrale figuur van de generatie naoorlogse Duitse kunstenaars (onder meer naast Anselm Kiefer, Gerhard Richter en Sigmar Polke) die met hun werk het publieke debat over schuld en boetedoening na de Tweede Wereldoorlog aanwakkerden.

Geboren in 1938 als Hans‑Georg Kern in het dorp Deutschbaselitz bij Dresden, groeide hij op in een gezin dat Hitler steunde; als kind maakte hij de nasleep van het bombardement op Dresden mee. Na een studie in Oost‑Berlijn werd hij in 1957 weggestuurd en vervolgde hij zijn opleiding in West‑Berlijn. In 1961 nam hij de naam Baselitz aan, deels om afstand te nemen van zijn jeugd en het naziverleden van zijn familie.

Al vroeg in zijn loopbaan zocht hij de confrontatie: in 1963 veroorzaakten schilderijen van masturberende mannen opschudding, en in 1980 leidden beelden op de Biënnale van Venetië tot controverse door een gebaar dat aan de Hitlergroet herinnerde. Tegelijk ontwikkelde hij een eigen beeldtaal: de Frakturbilder en vanaf 1969 bewust omgekeerde figuren die de aandacht eerst op verf en compositie moesten vestigen en pas daarna op de voorstelling zelf — een commentaar op de gebroken Duitse geschiedenis.

Baselitz exposeerde internationaal, onder meer een solotentoonstelling in het Guggenheim (1995) en eerder in Eindhoven (1978), en ontwierp ook operadecor. Hij bleef provoceren, ook met omstreden uitspraken over vrouwelijke kunstenaars in de jaren 2010, waarvan hij later deels afstand nam door waardering voor kunstenaars als Tracey Emin te uiten. Zijn nalatenschap is die van een kunstenaar die de grenzen opzocht en een generatie hielp vormen die het collectieve geheugen en morele vragen van naoorlogs Duitsland centraal stelde.