Gent stemt voor 4e keer burgerinitiatief weg: vals gevoel van inspraak of nuttige signaalfunctie?

woensdag, 28 januari 2026 (06:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

In Gent verwierp de gemeenteraad voor de vierde keer op korte tijd een burgerinitiatief. Het meest recente voorstel vroeg om een hogere belasting op grote studentencomplexen; eerder dit najaar dienden inwoners al voorstellen in om vzw Patrasche haar locatie te behouden (oktober), om af te zien van de uitbesteding van Schoolhoeve De Campagne (november) en om openbare toiletten gratis te houden (collectief Plasactie, november). Een initiatief rond het behoud van cinema Studio Skoop raakte zelfs niet tot de raadszitting. Hoewel alle initiatiefnemers hun standpunten mochten toelichten en raadsleden uitgebreid reageerden, leidde dat zelden tot meerderheidsondersteuning.

Belgische gemeenten zijn verplicht een burgerinitiatief op de agenda te zetten zodra het voldoende geldige handtekeningen heeft verzameld (vaak circa 1% van de bevolking). In Gent volstaan 1.000 handtekeningen; in Mechelen is dat 280 en in Brussel zelfs 20. Dat mechanisme fungeert volgens participatieadviseur Wim Van Roy (vzw De Wakkere Burger) als een noodrem: een laat-inkomstige route om debat te forceren wanneer reguliere overlegkanalen falen. UGent-professor Bram Verschuere benadrukt dat burgers zo een escalatiemogelijkheid hebben als stadsdiensten of ombudsdiensten onvoldoende resultaat opleveren. Tegelijk is de uitkomst niet bindend: politici blijven uiteindelijk beslissen binnen hun mandaat, waardoor voorstellen vaak worden weggestemd.

Desondanks zien experts nut in de signaalfunctie van zulke initiatieven. Verschuere raadt besturen aan de aangeleverde kennis en suggesties serieus te wegen en waar mogelijk accenten bij te stellen. Het dossier rond vzw Patrasche illustreert dat buitenparlementaire druk — onder meer aanhoudende berichtgeving — soms toch beleidsbeweging kan veroorzaken, ook nadat een voorstel formeel was afgewezen.

Kritische aandacht gaat naar wie van de instrumenten gebruikmaakt. Verschuere spreekt van een “participatie-elite”: hoger opgeleide stedelingen zetten zich sneller achter burgerinitiatieven, waardoor het risico bestaat dat zulke kanalen onevenwichtig vertegenwoordigen. Filip De Rynck (UGent), met ervaring in wijk- en burgerbudgetten, stelt dat kleinschalige, positieve projecten (waar mensen voor iets zijn) toegankelijker blijken en beter verschillende groepen — jongeren, kortgeschoolden, mensen met een migratieachtergrond — bereiken. Gent schrapte die burger- en wijkbudgetten, maar wil wel met gelote panels (willekeurig geselecteerde bewoners) blijven experimenteren; schepen Joris Vandenbroucke beloofde bijvoorbeeld inspraak voor Sint-Denijs-Westrem bij de heraanleg van het dorp.

Gelote panels worden geprezen omdat ze representatiever kunnen zijn, maar experts waarschuwen dat ze niet mogen verworden tot puur adviesorgaan met beperkte bewegingsruimte. Succesvolle participatie vereist ruimte, ondersteuning en een bewuste strategie om zoveel mogelijk diversiteit in te schakelen — anders bestaat het gevaar dat burgerinitiatieven als symbolische inspraak worden gezien zonder reële impact.