Genezing tijdens een gebedsdienst? „God werkt vooral via gewone medische mogelijkheden"
In dit artikel:
Drie vakpersonen — huisarts dr. D.J. (Dick) Kruijthoff en het echtpaar drs. A. (Alie) Hoek-van Kooten (psychiater) en prof. dr. J. (Jan) Hoek (emeritus theoloog) — bespraken in maart in huize Hoek in Veenendaal de vraag of mensen die gebedsbijeenkomsten bezoeken echt genezen, en wat daar theologisch over valt te zeggen. Hun conclusie is terughoudend: genezingen komen voor, maar zijn zeldzaam en moeilijk wetenschappelijk aantoonbaar; tegelijk moet de mogelijkheid van wonderen niet dogmatisch worden uitgesloten.
Onderzoek en concrete gevallen
Kruijthoff raakte gefascineerd nadat hij in zijn praktijk nooit bijzondere genezingen zag, totdat een patiënte, Janneke Vlot, in 2007 na een dienst van evangelist Jan Zijlstra plotsklaps herstel ervoer. Dat leidde tot zijn onderzoek en proefschrift Healing after Prayer (2023) en een publieksversie Onvermoed aangeraakt. Hij verzamelde 83 meldingen van genezing na gebed; een team van (deels niet-christelijke) medisch specialisten beoordeelde 27 gevallen nader en bestempelde er 11 als medisch opmerkelijk. Het ging onder meer om herstel bij ernstige chronische aandoeningen zoals darmontsteking, een herpesontsteking van het oog, multiple sclerose en Parkinson. Een opvallend geval is een vrouw met een onomstotelijke MS-diagnose die in 2009 plots en onverwacht genas na eigen gebed en sindsdien ruim zestien jaar klachtenvrij is.
Ervaringen zoals in Lourdes illustreren zowel zeldzaamheid als langdurige nazorg: per jaar melden zich ongeveer vijftig bijzondere genezingsgevallen bij 2 à 3 miljoen bezoekers; na langdurige medische follow-up wordt ongeveer één op de honderd meldingen als onverklaard erkend. Sinds 1858 zijn er 72 dergelijke gevallen erkend. Kruijthoff benadrukt dat veel deelnemers aan bedevaarten en genezingsdiensten vooral troost en bemoediging zoeken; genezing is uitzonderlijk.
Psychische factoren, verwachting en geloof
De onderzoekers zien vaak een combinatie van factoren: psychosomatiek, placebo-effect en de sociale en religieuze context spelen een rol. In Kruijthoffs onderzoek vond twee derde van de gemelde genezingen plaats buiten grootse gebedsdiensten — bij persoonlijk gebed, groepsgebed of na ziekenzalving — en in twee derde van de gevallen hadden mensen weinig of geen verwachting vooraf. Dat ondermijnt de eenvoudige opvatting dat alleen wie genoeg geloof heeft, geneest. Ook kwamen genezingen soms bij ongelovigen voor; bij twaalf onderzochte gevallen leidde de ervaring tot bekering.
Theologische reflectie
Prof. Hoek plaatst genezing in Bijbels perspectief: de massale genezingen in de evangeliën behoren volgens hem bij de unieke openbaringsperiode van Jezus en de vroege kerk. Dat betekent niet dat wonderen nu onmogelijk zijn, maar hij verwacht geen massale of regelmatige manifestaties van lichamelijke genezing vóór Christus’ wederkomst. Genezing is volgens hem geen doel op zich maar een teken van het komende Koninkrijk en kan wijzen op geestelijk herstel of bekering. Hij waarschuwt tegen theologieën die gezondheid als norm stellen voor de gelovige en tegen predikers die bij uitblijvende genezing mensen verwijten gebrek aan geloof te hebben — dat werkt pastoral schadelijk.
Interpretatie van Jakobus 5 en ziekenzalving
De drie bespraken ook Jakobus 5, waarin ziekenzalving genoemd wordt. Hoek wijst op vertaalnuances: het Griekse woord kan "behouden" of "oprichten" betekenen en hoeft niet automatisch lichamelijke genezing te beloven. Voor velen ligt de waarde van ziekenzalving vooral in troost en overgave aan God, niet in garantie op herstel.
Ethiek en kerkelijke praktijk
Er is kritiek op praktijken rondom sommige genezingsdiensten: financiële verzoeken, sensationele uitspraken over toekomstvoorspellingen (bijv. jonge gezinnen) en landelijke rondreizende diensten die het thema loskoppelen van de lokale gemeente-structuur. Prof. Hoek vindt dat genezing primair binnen het lokale kerkelijk leven en de gewone gaven van de Geest thuishoort, en benadrukt het belang van vaste voorbede in erediensten. Hoek-van Kooten wijst erop dat veel gelovigen eerder naar alternatieve geneeswijzen grijpen dan naar georganiseerde gebedsgenezing; volgens haar moet het gebed juist naast reguliere medische zorg een plaats krijgen, in dankbaarheid voor medische kennis.
Beperkingen van bewijs en afsluitende overweging
Wetenschappelijk is causatie niet vast te stellen: men kan aanwijzen dat een omslag temporeel samenvalt met gebed en medische gegevens vóór en ná verandering presenteren, maar dat het gebed of God direct de oorzaak was, blijft een geloofsclaim. Alle drie zijn bereid de mogelijkheid van wonderen open te houden, maar benadrukken dat zulke gebeurtenissen uitzonderlijk zijn, dat psychosociale factoren vaak meespelen en dat pastorale empathie en terughoudendheid essentieel zijn wanneer genezing uitblijft.