Gemuteerde coronavariant 'Cicada' rukt op, maar lijkt mild
In dit artikel:
De variant BA.3.2 — ook wel 'Cicada' genoemd — werd eind 2024 voor het eerst ontdekt in Zuid‑Afrika en heeft zich sindsdien internationaal verspreid. De Amerikaanse CDC meldt dat infecties in de loop van vorig jaar in meerdere Amerikaanse staten opdoken; inmiddels is de variant in ten minste 25 staten aangetroffen. De WHO meldt BA.3.2 in minstens 23 landen en het RIVM geeft aan dat de variant sinds afgelopen zomer in Nederland voorkomt. Samen met de XFG‑variant behoort BA.3.2 momenteel tot de meest voorkomende typen.
De bijnaam Cicada verwijst naar het vermogen van zo’n variant om lange tijd op de achtergrond aanwezig te blijven en dan plots weer zichtbaar te worden. Immunoloog Ger Rijkers licht toe: "Dat patroon zie je bij deze variant: die kan lange tijd op de achtergrond aanwezig zijn en dan ineens weer opduiken." Er zijn geen aanwijzingen dat BA.3.2 ernstiger ziekte veroorzaakt of tot meer ziekenhuisopnames leidt; de WHO verwacht dat huidige vaccins nog steeds goede bescherming bieden tegen ernstig ziekteverloop.
Klinisch veroorzaakt Cicada dezelfde klachten als eerdere varianten: koorts, kortademigheid, keelpijn, hoesten en verstopte neus, meestal van enkele dagen tot ongeveer een week. Kinderen lijken volgens Tulio de Oliveira (Center for Epidemic Response and Innovation) vatbaarder te zijn, wat Rijkers verklaart door het nauwere en frequente contact op bijvoorbeeld speelplaatsen — met ook een risico voor jonge ouders. In Nederland blijven de aantallen laag: in een recente serie van 23 monsters van huisartsenpatiënten met luchtwegklachten werd geen covid aangetroffen.
Langdurige klachten na een covid‑infectie blijven voorkomen. Rijkers adviseert kwetsbare groepen om bij oproep opnieuw te laten vaccineren, omdat het virus blijft veranderen en eerdere vaccinaties niet per definitie blijvende bescherming garanderen.