Gemeenten negeerden gezondheidsrisico's en bouwden tienduizend woningen naast geitenhouderijen
In dit artikel:
Al jaren waarschuwen GGD’en en onderzoeksinstituten dat wonen vlakbij geitenhouderijen het risico op longontsteking sterk vergroot. Die waarschuwingen zijn vaak genegeerd omdat gemeenten – onder druk van de woningnood – duizenden huizen hebben gebouwd op korte afstand van geitenstallen.
Een concreet voorbeeld is Steenbrugge, een nieuwbouwwijk ten noorden van station Deventer. Daar staat een biologische geitenhouderij met circa 1.400 dieren, terwijl vrijwel de hele wijk binnen 1 kilometer ligt. Recent RIVM-onderzoek laat zien dat bewoners binnen 1 km gemiddeld 19% meer kans hebben op longontsteking; binnen 500 meter loopt dat risico volgens hetzelfde onderzoek op tot gemiddeld 73%. In Steenbrugge zijn nog ongeveer 400 woningen in aanbouw, een deel zelfs op minder dan 500 meter van de stal.
Nationaal onderzoek van Omroep Gelderland, NRC en Follow the Money toont dat dit geen geïsoleerd geval is. Sinds 2019 zijn ruim 10.000 woningen binnen 1 km van een geitenhouderij gebouwd, daarvan staan circa 2.700 in aanbouw—veel projecten in Brabant en Gelderland. Enkele andere voorbeelden: 725 nieuwe woningen rond een geitenbedrijf in Deventer, 274 huizen naast een stal met 684 geiten in Waddinxveen, en in Barneveld al 264 huizen dicht bij een bedrijf van ongeveer 1.400 geiten, met nog 153 gepland.
De bezorgdheid over geitenhouderijen kwam hoog op na de Q-koorts-epidemie (2007–2010), toen tienduizenden mensen werden geïnfecteerd en onderzoekers een verband met geitenbedrijven vermoedden. Rapporten uit 2011 en 2016 onderstreepten een sterke relatie tussen veehouderij en luchtweginfecties: het RIVM vond in 2016 een 4,4 keer hogere kans op longontsteking binnen 500 meter. GGD Nederland adviseerde toen, op basis van het voorzorgprincipe, ruime afstanden (tot 2 km), en enkele provincies voerden een geitenmoratorium in. Toch nam het aantal geitenbedrijven verder toe tot recent.
Politiek en bestuur worstelen met de knoop tussen volksgezondheid en woningbouw. De Gezondheidsraad raadde recent een afstand van 1 km aan; het kabinet kondigde aan een grens te willen vaststellen maar vroeg eerst meer onderzoek en een brede impactanalyse. De Tweede Kamer reageerde kritisch: sommige partijen noemen het uitstelgedrag en pleiten voor daadkracht. In het nieuwe regeerakkoord ontbreekt concrete regelgeving rond nieuwbouw bij geitenhouderijen.
Op lokaal niveau wijken gemeenten vaak af van landelijke adviezen. GGD IJsselland gaf voor Steenbrugge bijvoorbeeld het terughoudende advies om binnen 250 meter niet te bouwen; de gemeente koos uiteindelijk voor een grens van 345 meter. Lokale afwegingen noemen bestuurlijke bronnen vaak de woningnood en andere belangen, terwijl lokale volksgezondheidsadviezen soms nauwelijks in bouwplannen doorslaggevend zijn. Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, is er wel vaker extra aandacht; Deventer plaatste seniorenwoningen op precies 500 meter afstand.
Bewoners staan machteloos tussen gezondheidsrisico’s en gebrek aan woonruimte. Sommige nieuwe inwoners wisten niet dat zich een grote geitenhouderij in de buurt bevond en hadden weinig alternatieven. Tegelijk zijn geitenhouders zelf beperkt in hun mogelijkheden door het moratorium en ruimtelijke druk; onteigening zou rendabel kunnen zijn door waardestijging van grond bij bestemmingswijziging.
Kortom: wetenschappelijk bewijs van gezondheidsrisico’s bestaat al jaren, maar beleidsmatig en praktisch blijft het zoeken naar een oplossing die zowel volksgezondheid als woningbouwopgave en agrarische belangen in balans brengt. De regering wil nu in kaart brengen waar geitenhouderijen en kwetsbare woningen liggen en wat een harde afstandsgrens economisch en ruimtelijk zou betekenen.