Gemeenten kregen kwart van hun nieuwbouwplannen niet van de grond
In dit artikel:
Nederlandse gemeenten hebben in de collegeperiode 2022–2026 ruim een kwart van de geplande nieuwbouwwoningen niet opgeleverd. Van de circa 357.000 woningen die gemeenten in die vier jaar wilden realiseren, zijn er 264.000 daadwerkelijk gebouwd — ongeveer 74 procent, zo blijkt uit onderzoek van de NOS met regionale omroepen. Het onderwerp speelt sterk in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart.
Er bestaan grote onderlinge verschillen. Sommige gemeenten overtroffen hun doelen fors: Zoeterwoude wilde 215 woningen en leverde er 642; Oudewater mikte op 120 en realiseerde 329. Andere plaatsen blijven ver achter: Montfoort had 430 nieuwe huizen gepland vóór 2030 maar kwam tot nu toe slechts op 30, en Enkhuizen noteert slechts 57 van 400 geplande woningen omdat onderzoeken en beroepsprocedures meer tijd vergden dan verwacht. Ook Rheden, Waterland, Heemstede en Bloemendaal kampen met achterblijvende bouwresultaten.
Van de gemeenten die reageerden geeft 61 procent aan achter te lopen op schema, 17 procent zegt op koers te liggen en 13 procent ligt significant voor op de ambities. Tegelijkertijd beoordeelt 82 procent van die gemeenten hun eigen prestatie als voldoende tot uitstekend, en wijzen zij op tal van externe hindernissen. Regionaal scoorden Friese gemeenten het best (meer dan 90 procent van de plannen uitgevoerd), terwijl provincies als Noord‑Holland en Utrecht minder dan 70 procent bereikten. Flevoland is niet in de provinciale vergelijking opgenomen omdat belangrijke gemeenten (Almere en Lelystad) ontbraken in de data.
Gemeenten noemen meerdere terugkerende oorzaken voor vertraging of afstel. Het vaakst worden tijdrovende bezwaar- en beroepsprocedures van omwonenden genoemd: bewonersprocedures en beroep tegen bestemmingsplannen blokkeren of vertragen de start van bouwprojecten, soms tot twee jaar bij zaken die bij de Raad van State belanden. De stikstofproblematiek is de tweede grote factor; 64 gemeenten zeggen dat onzekerheid over veranderende landelijke regels bouwplannen belemmert, vooral dicht bij Natura‑2000‑gebieden. Andere problemen zijn stijgende bouw- en materiaalkosten, congestie op het elektriciteitsnet, personeelstekorten bij aannemers en gemeenten, en langdurige vergunningtrajecten.
Wat werkt wél bij gemeenten die hun doelen ruimschoots halen? Twee factoren springen eruit: politieke daadkracht met duidelijke, stabiele beleidskaders die investeerders zekerheid bieden, en een actieve, constructieve samenwerking met regio’s, provincie, ontwikkelaars en woningcorporaties. Succesvolle gemeenten noemen een houding van “ja, mits” in plaats van direct afwijzen en benadrukken wederzijds vertrouwen en het scheppen van ruimte waar mogelijk. Sommige achterblijvers pleiten voor landelijke maatregelen: Montfoort roept het nieuwe kabinet op mee te werken aan wetswijzigingen om versnelling mogelijk te maken.
Kortom: de ambities om meer woningen te bouwen zijn vaak hoog, maar uitvoering stokt door procedures, regels en capaciteitsknelpunten. Waar beleid helder is en samenwerking goed georganiseerd, blijkt versnelling wel mogelijk.