Gemeenten hebben nauwelijks zicht op gevolgen sluiten drugspanden
In dit artikel:
Onderzoek van de RUG en Pro Facto in opdracht van het WODC (periode 2021–2024, gegevens uit >60% van de gemeenten) toont dat burgemeesters gemiddeld één tot vijf keer per jaar woningen sluiten omdat er drugs worden gemaakt of verhandeld. In een derde van de deelnemende gemeenten komt drugshandel veel voor; kleine gemeenten melden het minst. Sluitingen worden ingezet om herhaling te voorkomen, de openbare orde te herstellen en een signaal naar de buurt te geven, maar gemeenten en politie volgen de effecten voor betrokkenen nauwelijks.
De maatregel heeft vaak ingrijpende gevolgen voor de uitzettingen: stress, extra kosten, verslechterde psychische problemen en gezinsontwrichting. Omdat het meestal om huurwoning gaat, raken bewoners in de sociale huursector extra kwetsbaar door moeilijk of langdurig herstel van woonruimte. Omwonenden worden meestal niet geïnformeerd, terwijl zij daar behoefte aan hebben; in ongeveer de helft van de gevallen was er geen sprake van lokale overlast, waardoor buren de sluiting niet begrijpen en er speculatie kan ontstaan.
Hoewel sluiting relatief vaak wordt toegepast, blijken minder ingrijpende instrumenten zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing in veel gevallen even effectief. Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat sluiting en dwangsom in bijna de helft van de situaties het ongewenste gedrag doen stoppen; een waarschuwing lukt in circa 40%. Ambtenaren gebruiken die lichtere maatregelen echter terughoudend uit vrees voor juridische en financiële tegenargumenten van verdachten—een angst die het onderzoek niet bevestigt. De onderzoekers signaleren daarmee een gebrek aan monitoring, communicatie en afweging van minder schadelijke alternatieven.