Gemeenten aan de slag met groene ruimte in het coalitieakkoord
In dit artikel:
13 februari 2026 — De nieuwe regeringscoalitie presenteert een omvangrijke agenda die niet alleen financiële effecten heeft (zorg, werk, defensie, bouw, landbouw), maar ook een grote ruimtelijke impact op Nederland vereist. De uitvoering van veel maatregelen komt uiteindelijk bij gemeenten te liggen, terwijl de fysieke ruimte in steden en dorpen al krap is.
Wat moet er fysiek gebeuren? Er komt druk om snel meer woningen te bouwen: regels worden versoepeld en procedures vereenvoudigd, ook rond natuur. Tegelijk vraagt de energietransitie om ruimte voor uitbreiding van het netwerk, warmtenetten en productie/transport van groene waterstof. Nieuwe infrastructuur is nodig om woongebieden bereikbaar te houden.
Tegelijkertijd wordt ingezet op herstel en uitbreiding van natuur: gebieden moeten met elkaar verbonden en beheerd worden, hersteldoelen uit de Europese Natuurherstelverordening (NHV) moeten gehaald worden en stikstofreductie vraagt soms om bufferzones die invloed hebben op agrarische ruimte en locaties van boerenbedrijven. In steden ligt de nadruk op vergroening voor een gezonde leefomgeving — meer groen bij sportplekken, speelruimtes en preventieve gezondheidsmaatregelen in plaats van alleen zorg.
Ruimtelijke organisatie en keuzes zijn cruciaal. Omdat alle claims niet los van elkaar passen, wordt nadruk gelegd op meervoudig ruimtegebruik — combinaties van wonen, natuur, sport en infrastructuur — en op het maken van lange termijnkeuzes die geen problemen doorgeven aan volgende generaties (een kernprincipe in de aankomende Nationale Omgevingsvisie/Nota Ruimte en de Omgevingswet). Dat vergt scherp inzicht welke functies elkaar kunnen delen en onder welke voorwaarden.
Tot slot is capaciteit van gemeenten essentieel: er is behoefte aan meer expertise op de werkvloer over hoe grijs, groen en blauw elkaar raken. Investeren in kennis en in levenslang leren wordt gezien als voorwaarde om de ruimtelijke puzzel daadwerkelijk te leggen. Tekst: Susanne Driessen, IPC Groene Ruimte.