Gemeente wil taken overnemen van de gestopte stichting voor druggebruikers Mainline
In dit artikel:
Stichting Mainline, bekend om harm reduction en straatwerk onder drugsgebruikers, stopte op 1 mei nadat de rijksubsidie van VWS werd ingetrokken. Mainline, opgericht in 1990 als aidspreventieorganisatie en later ook uitgever van een gelijknamig tijdschrift, bouwde decennialang vertrouwen op via veldwerkers die als de oren en ogen van de straat dienden en vaak als eerste signaleerden wanneer nieuwe drugs opdoken.
In Amsterdam liggen nu meerdere scenario’s klaar om de taken van Mainline over te nemen. De gemeente onderzoekt of Mainline (gedeeltelijk) een doorstart kan maken in de stad — mogelijk onder de bestaande naam — of dat werkzaamheden worden ondergebracht bij organisaties zoals de Regenboog Groep. De gemeente benadrukt dat kennis en ondersteuning op het gebied van schadebeperking behouden moeten blijven; besluitvorming wordt binnen enkele weken verwacht.
Hoogleraar verslavingszorg en Mainline-voorzitter Wim van den Brink waarschuwt dat het verlies van Mainline de aanpak van de groeiende crackproblematiek schaadt. Hij pleit ervoor de stichting zoveel mogelijk intact te houden, omdat overdracht aan andere partijen expertise, samenhang en het vertrouwde merk kan doen verloren gaan en bovendien waarschijnlijk niet goedkoper is, aldus een notitie van de GGD. Van den Brink wijst ook op de noodzaak van spoed: huidige (voormalige) medewerkers ontvangen een uitkering en zoeken naar nieuw werk; uitval van personeel maakt heropbouw later moeilijker.
Financieel kreeg Mainline de afgelopen jaren al minder centrale steun: de jaarlijkse VWS-subsidie van 300.000 euro was afgebouwd; Amsterdam vulde dat deels aan met circa 75.000 euro extra bovenop bijna 90.000 euro die de stichting al van de stad ontving, maar kon de landelijke kennisfunctie niet volledig op zich nemen. Hoewel andere grote steden mogelijk later kunnen meedoen, is daar volgens betrokkenen nu geen tijd voor.
Onderzoek waar Mainline bij betrokken was wijst uit dat slechts ongeveer 31 procent van mensen die crack gebruiken contact heeft met hulpverlening. Dat, en toename van crackgebruik in de grote steden, onderstreept volgens betrokkenen de urgentie om de harm-reductionkennis en het veldwerk snel te behouden.