Gemeente wil proberen stichting Mainline voor Amsterdam te behouden, mede vanwege vele crackgebruik
In dit artikel:
De gemeente Amsterdam onderzoekt of zij (delen van) de werkzaamheden van Mainline kan overnemen om de stichting een doorstart te laten maken. Mainline, een landelijke harm‑reductionorganisatie die sinds 1990 voorlichting en straatwerk onder drugsgebruikers doet, staakte haar activiteiten op 1 mei nadat het ministerie van VWS de subsidie stopzette. De beslissing leidde tot zorg, juist nu het aantal crackverslaafden in Nederlandse grootstedelijke gebieden toeneemt.
Hoogleraar verslavingszorg en voorzitter van Mainline, Wim van den Brink, zegt dat het wegvallen van Mainline vooral in de grote steden voelbaar is: veldwerkers waren vaak ‘de oren en ogen van de straat’ en ontdekten nieuwe drugs als eersten. Volgens onderzoek dat Mainline samen met het Trimbos‑instituut uitvoerde heeft slechts 31 procent van mensen die crack gebruiken contact met hulpverlening, wat de urgentie van behoud van kennis en bereikbaarheid van diensten onderstreept. “De crackproblemen worden zonder actie niet kleiner,” waarschuwt Van den Brink.
Wat Amsterdam precies wil doen is nog onduidelijk: de stad kan Mainline mogelijk geheel of gedeeltelijk onderbrengen, de naam behouden en de stichting in Amsterdam weer operationeel maken, of taken overhevelen naar bestaande organisaties zoals de Regenboog Groep. De gemeente benadrukt dat het belangrijk is dat harm‑reductionkennis en ondersteuning voor kwetsbare Amsterdammers intact blijven; verkennende gesprekken tussen zorgpartijen en op ambtelijk niveau lopen en binnen enkele weken een besluit wordt verwacht.
Financieel speelde het afbouwen van de rijksbijdrage een doorslaggevende rol. De jaarlijkse subsidie van VWS bedroeg eerder 300.000 euro en was al afgebouwd; Amsterdam sprong de afgelopen jaren deels bij met 75.000 euro bovenop ongeveer 90.000 euro die de stichting al van de stad ontving. De gemeente stelde echter dat het geen taak is van één stad om een landelijke kennisorganisatie volledig te onderhouden. Een notitie van de GGD over herverdeling van Mainline‑taken wordt meegenomen in de afweging; Van den Brink waarschuwt dat verspreiding over meerdere partijen expertise en samenhang kan ondermijnen en mogelijk duurder uitpakt.
Medewerkers van Mainline ontvangen voorlopig nog een uitkering en zoeken nieuw werk; Van den Brink dringt aan op snel handelen omdat bij uitstel kennis en personeel weglekken. Hij pleit ervoor Mainline zoveel mogelijk met naam en aanpak voor Amsterdam te behouden, terwijl deelname van andere grote steden op langere termijn mogelijk is maar nu te veel tijd zou kosten.
Kortom: Amsterdam overweegt een lokale reddingspoging om harm‑reductioncapaciteit en praktijkkennis van Mainline te bewaren, omdat het verdwijnen van die infrastructuur de oplopende crackproblematiek in de stad kan verergeren.