Gemeente stopte de bijstand vanwege een camper, de rechter oordeelt dat die voor deze vrouw noodzakelijk is
In dit artikel:
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 september geoordeeld dat de gemeente Altena een camper van €13.500 ten onrechte als vermogen had meegerekend bij de bijstandsaanvraag van een vrouw. Daardoor lag haar berekende vermogen volgens de gemeente boven de grens en werd eerst €9.787,84 aan bijstand teruggevorderd. Dat bedrag werd later verlaagd naar €7.431,07.
De vrouw ontving sinds 16 mei 2023 bijstand in de vorm van een lening. Bij een heronderzoek bleek dat zij in april 2024 haar stacaravan voor €20.000 had verkocht en daarnaast een auto en een camper bezat. Na aftrek van een schuld aan haar zus kwam de gemeente uit op een vermogen van €17.392,84, boven de toenmalige grens van €7.605.
De vrouw heeft elektrohypersensitiviteit (EHS) en kan volgens een medisch advies alleen buitenshuis functioneren in een afgeschermde omgeving. De gemeente vond niet bewezen dat zij daarvoor een camper nodig had, maar de rechtbank leidde uit het advies af dat de camper voor haar noodzakelijk was om buiten de deur te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven.
Volgens de Participatiewet hoeven bezittingen die door iemands persoonlijke omstandigheden noodzakelijk zijn, niet als vermogen te worden meegerekend. De waarde van deze camper moet daarom buiten beschouwing blijven. De vrouw bleef onder de vermogensgrens en had vanaf 16 mei 2023 recht op reguliere bijstand, dus zonder terugbetalingsverplichting. De besluiten van de gemeente zijn vernietigd en Altena moet ook €53 aan griffierecht vergoeden.
De uitspraak geldt voor deze bijzondere situatie. Een camper die uitsluitend voor vakanties wordt gebruikt, telt doorgaans wel mee als vermogen.
Vandaag Inside: Johan Derksen baalt van vertrek Estavana Polman bij Vandaag Inside: ‘Zij is nu eigenlijk slachtoffer’