Geldboete Pepijn van Houwelingen (FvD) voor beledigen ministers via Twitter
In dit artikel:
Het gerechtshof in Den Haag heeft op 14 april 2026 Pepijn van Houwelingen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van €450 wegens het beledigen van twee ministers via een bericht op Twitter (X). Op 24 september 2022 plaatste Van Houwelingen een bewerkte foto waarin voormalig ministers Ernst Kuipers (VWS) en Carola Schouten/eke? — nee, Carola Schouten is anders; wait—the article said Van Gennip (SZW). Correct: Had Van Gennip (SZW).—deze ministers afgebeeld werden terwijl ze een nazi-vlag hesen; daarmee suggereerde hij dat zij nazi’s zijn of met dat gedachtegoed sympathiseren.
De rechtbank had eerder een voorwaardelijke boete van €450 opgelegd; Van Houwelingen ging in hoger beroep. Zijn verdediging vroeg niet-ontvankelijkheid met een beroep op het gelijkheidsbeginsel en vrijspraak op grond van vrijheid van meningsuiting, maar het hof verwierp beide verweren. Het hof oordeelde dat het bericht geen op feiten gebaseerde bijdrage aan het publieke debat of artistieke uiting was, maar een ongefundeerde persoonlijke aanval die de eer en naam van de ministers aantastte en daarom strafbaar is.
Bij de strafoplegging liet het hof meewegen dat de belediging een groot bereik had, gericht was tegen politieke ambtsdragers, schade kan toebrengen aan het aanzien van politiek en openbaar bestuur en dat de verdachte in hoger beroep geen berouw of inzicht toonde; daarom werd de boete onvoorwaardelijk opgelegd. Algemeen juridisch kader: politieke meningsuiting geniet ruime bescherming, maar die bescherming vervalt bij onterechte, krenkende beschuldigingen die niet op feiten berusten.