Geld voor onderwijs moet naar onderwijs; niet naar marketing, overhead en prietpraat | opinie
In dit artikel:
Zodra het nieuwe kabinet het bordes opgaat en de vaste Kamercommissies aan de slag gaan, waarschuwt docente Frans Charlotte Goulmy de aankomende commissie Onderwijs om de basis niet te vergeten. Zij ziet talloze beleidsrondes komen en gaan en pleit ervoor dat men niet telkens opnieuw dezelfde oplossingen bedenkt.
Kernpunten van haar advies:
- Begin bij de kern: goed onderwijs vraagt bevoegde docenten én degelijke lokalen (verwarming, schoolbord, lesmateriaal). Zonder die basis zijn discussies over vakinhoud zinloos.
- Passend onderwijs moet echt passen: leerlingen behoeven maatwerk in de klas. Het systeem hoort zich aan de leerling aan te passen, niet andersom; soms betekent dat kleinere groepen of extra ondersteuning.
- Toegankelijkheid is cruciaal: voorzieningen en vervoersregelingen moeten ervoor zorgen dat leerlingen daadwerkelijk naar school kunnen zonder onredelijke reistijden.
- Geef ruimte voor langzame starts en geleidelijke voortgang: pubers mogen rustig groeien; overstappen tussen vmbo, havo, vwo of naar mbo moet mogelijk én praktisch georganiseerd zijn, zonder onnodige barrières zoals verplichte praktijkintegratie die doorslaggevend blokkeert.
Goulmy waarschuwt ook voor invloedrijke lobby’s en vraagt scherp te letten op bestedingen: geld moet naar lesgeven gaan, niet naar marketing, overhead of politiek gekibbel. Haar boodschap is praktisch en hardop: investeer in bevoegde docenten, goede voorzieningen en flexibele, bereikbare trajecten zodat het onderwijs niet onnodig gefrustreerd of beschadigd raakt.