Geld geven aan azc-omwonenden voedt vooral verdere argwaan
In dit artikel:
In Lochem wilde wethouder Michiel Rijsberman een middenweg vinden tussen het uitbreiden van opvang (van 65 naar 250 asielzoekers) en de angst van omwonenden. Zijn plan om buurtbewoners eenmalig 1.000 euro te geven voor verlichting, betere sloten of camera’s moest sussen, maar leidde juist tot nationale ophef. Rechts-populisten grepen het voorstel aan als bewijs dat asielzoekers overlast en intimidatie veroorzaken; links vond dat de regeling asielzoekers stigmatiseert en criminaliseert.
Critici stellen dat geld voor beveiliging impliciet suggereert dat toekomstige bewoners per definitie gevaarlijk zijn en dat hun aanwezigheid daarmee wordt “afgekocht”. De subsidie heeft daardoor vooral de gevoelens van onveiligheid bevestigd en wantrouwen versterkt, terwijl de gemeente ook andere investeringen doet om maatschappelijke verbinding te bevorderen.
De schrijver prijst Rijsbermans intentie om uitbreiding mogelijk te maken zonder omwonenden te overrulen, maar waarschuwt voor de verkeerde aanpak. Als alternatief voor financiële compensatie pleit het stuk voor gezamenlijke baten: investeren in speelplaatsen, buurtcentra, sportvoorzieningen en een goed bereikbare hulplijn waar zowel bewoners als omwonenden profijt van hebben. Vergelijkingen met eerdere fouten rond compensaties bij windmolens tonen dat delen in voordelen en participatie meer verbindend werkt dan directe uitkeringen aan bezorgde buurtbewoners.