Geiten voeren
In dit artikel:
Tijdens een bezoek op zaterdag aan een geitenboerderij in een stadspark ervaart de schrijver hoe stadskinderen kennismaken met een geromantiseerd boerenleven. Zijn vijfjarige dochter wordt tussen tientallen kinderen gezet die drie geiten aaien, fotograferen en uiteindelijk een houten brug op drijven. In de stal kunnen bezoekers tegen betaling flesjes melk kopen om geitjes te voeren; daarbij knabbelt een geit een stuk uit de joggingbroek van de schrijver.
Daarna bekijkt het gezin slapende biggen en honderden kippen, die zich verdringen om stukjes peer die kinderen door het gaas steken. De boerderij verkoopt onder meer regenboogtaart van de eieren en een smoothie van geitenyoghurt, waarvoor de schrijver lang in de rij staat. Andere bezoekers prijzen ondertussen de rust van het platteland, hoewel de boerderij gewoon in de stad ligt.
De schrijver gebruikt het bezoek om ironisch te reflecteren op de hedendaagse landbouw en het beeld van de ideale, milieuvriendelijke boerderij. Hij suggereert dat boeren naast campings, zorgtaken en automaten met streekproducten ook geld zouden kunnen verdienen aan betaald dieren voeren. In zijn satire zouden steden de resterende boerderijen kunnen omvormen tot kindvriendelijke, commerciële versies van boerderijen uit kinderboeken. De daaropvolgende diarree in het gezin wijt hij vermoedelijk aan binnengelopen geitenpoep, niet aan de gekochte boerenproducten.
De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'