Geheimen van Grote Piramide van Gizeh wijzen richting verloren 12.000 jaar oude 'superbeschaving'

donderdag, 26 februari 2026 (12:13) - NineForNews.nl

In dit artikel:

António Ambrósio, onafhankelijk onderzoeker verbonden aan de Autonome Universiteit van Barcelona, stelt dat de piramides van Gizeh veel ouder zijn dan de gangbare datering van circa 4.600 jaar. Hij beweert dat de piramides mogelijk tot 12.000 jaar oud zijn en dat een onbekende, hoogontwikkelde beschaving rond 10.500 v.Chr. deze megastructuren bouwde. Volgens Ambrósio waren de Egyptische farao’s niet de oorspronkelijke bouwers maar hergebruikten zij reeds bestaande monumenten en imiteerden later sommige bouwwijzen.

Als onderbouwing noemt hij vier hoofdargumenten:
- Het ontbreken van mummies en uitgebreide grafgiften in de Grote Piramide; er werd alleen een lege sarcofaag gevonden, wat volgens hem geen bewijs is voor Cheops als bouwer.
- Twijfel rond het Cheops-cartouche: een rood geschilderde hiëroglief boven de Koningskamer die door velen als authentiek wordt gezien, maar soms wordt toegeschreven aan mogelijke latere manipulatie (bijvoorbeeld door Howard Vyse in 1837).
- De uitzonderlijke technische precisie van de Gizeh-piramides, die volgens hem niet opnieuw werd bereikt in latere Egyptische bouwwerken.
- Sporen van vermeende watererosie op de Sfinx, die zouden wijzen op veel nattere omstandigheden en daarmee een veel oudere datering.

Ambrósio sluit aan bij onderzoeksideeën van onder anderen Graham Hancock, Robert Schoch en Matthew LaCroix, die parallellen zien tussen wereldwijd verspreide megalithische monumenten en de veronderstelling van gedeelde, zeer oude bouwkennis. Sommige aanhangers verwijzen ook naar het Egyptische mythische concept “Zep Tepi” (De Eerste Tijd) als culturele herinnering aan een vroegere, geavanceerde periode.

Belangrijke context: deze hypothese wijkt sterk af van de archeologische consensus, die de Grote Piramide doorgaans toeschrijft aan farao Khufu (Cheops) rond 2.580–2.560 v.Chr. en verklaringen voor ontbrekende graftombes en erosievormen biedt (zoals plundering en alternatieve erosieoorzaken). Als Ambrósio’s claim bewezen zou worden, zou dat onze kijk op de menselijke geschiedenis ingrijpend veranderen, maar tot nu toe blijft het idee omstreden en niet breed geaccepteerd binnen de wetenschappelijke gemeenschap.