Geen winkels, wel grote winst: zo sluist Ahold Delhaize geld naar belastingparadijs Zwitserland
In dit artikel:
Ahold Delhaize, het moederconcern achter Albert Heijn, meldt in zijn nieuwe tax transparency‑rapport dat het in 2025 ruim 109 miljoen euro vennootschapsbelasting afdroeg in het Zwitserse kanton Genève — opmerkelijk omdat het concern daar geen winkels heeft. Ter vergelijking: in de VS (de grootste markt met ruim 2.000 winkels) betaalde het bedrijf dat jaar circa 147 miljoen euro aan winstbelasting; in Nederland (ongeveer 2.300 winkels) was dat 137 miljoen euro.
Openbare Zwitserse registers tonen dat Ahold Delhaize meerdere groepsvennootschappen in Genève heeft staan, onder meer een interne bank (Ahold Delhaize Finance Company) die rente ontvangt van dochters, en Ahold Delhaize Licensing Sarl, waarin honderden merknamen en logo’s zijn ondergebracht — variërend van Amerikaanse banners (Food Lion, Giant, Stop & Shop) tot Europese en huismerken, plus vijf octrooien rond voorraadbeheer en ‘autonoom’ afrekenen. Sinds 2024 is ook de herverzekeraar Readel naar de groep verhuisd en in Zwitserland geïntegreerd.
Belastingonderzoekers en juristen leggen uit waarom dat relevant is: intellectuele eigendom en interne financiering kunnen binnen een concern tegen vergoedingen worden gebruikt om winst te verschuiven naar jurisdicties met lagere belastingtarieven. Zwitserland hanteert een vennootschapsbelasting rond 14,7–15 procent en heeft veel belastingverdragen die bronheffingen op royalty’s verlagen of uitsluiten. Combinatiepunten die mogelijk inkomsten naar Genève sturen zijn dus: royalty’s, rente, herverzekeringspremies en mogelijk management‑ of marketingvergoedingen of dividenden. Omdat Ahold Delhaize in haar rapportage niet specifiek uitsplitst welke stroom het grootste aandeel heeft, blijft onduidelijk wat precies de belangrijkste winstbron in Zwitserland is.
Rekenkundig gezien suggereert de aangegeven belastingafdracht dat de Zwitserse entiteit meer dan 740 miljoen euro winst boekte in 2025 — een substantieel deel van de geconsolideerde nettowinst van 2,3 miljard euro dat jaar. Ahold Delhaize meldt dat het belasting betaalt waar waarde wordt gecreëerd en dat de Zwitserse activiteiten “reële economische substantie” hebben, maar geeft niet prijs hoeveel werknemers daar werken (minder dan 500 van ongeveer 500 groepsbrede stafmedewerkers) noch hoeveel winst precies uit welke activiteiten voortkomt. Critici wijzen erop dat relatief weinig personeel in combinatie met hoge winst per werknemer doorgaans duidt op fiscale optimalisatie.
Een opvallend concreet voorbeeld uit Genève is het beheer van twee bijna identieke V‑logo’s voor ‘vegan’ en ‘vega’, die in 2022–2023 als merken zijn vastgelegd en op Albert Heijn‑huismerken in Nederland wijdverbreid worden gebruikt. Ahold Delhaize zegt dat vanuit Nederland geen royalty’s naar Ahold Delhaize Licensing Sàrl worden betaald en dat de logo’s bedoeld zijn om consumenten te helpen, maar verstrekt geen details over eventuele vergoedingsconstructies. Experts noemen zulke merken soms ‘derdegraads‑keurmerken’: ze bieden eerder marketingwaarde dan objectieve informatie en kunnen commercieel nuttig zijn, ook al ontlenen ze hun juridische bescherming aan de in Genève gevestigde entiteit.
Belastingonderzoekers (o.a. Vincent Kiezebrink van Somo, Giulia Aliprandi van het International Tax Observatory en Bob Michel van Tax Justice Network) en fiscale specialisten (Dirk Visser, Arjan Lejour, Josephine van der Have) concluderen gezamenlijk dat het samenbrengen van intellectuele eigendom, interne financiering en herverzekeringsactiviteiten in Zwitserland een effectieve manier kan zijn om de groepsbrede belastingdruk te verlagen. Ahold Delhaize’s geconsolideerde effectieve belastingdruk lag in 2025 op 22,4 procent — vergelijkbaar met het Amerikaanse tarief, maar lager dan Nederland en België — wat de vraag oproept hoeveel voordeel de Zwitserse structuur het concern daadwerkelijk oplevert.
Kortom: Ahold Delhaize bezit in Genève geen winkels maar wel entiteiten die intellectueel eigendom, interne financiering en herverzekering centraliseren. Daardoor stroomt volgens experts veel winst naar Zwitserland, waar de fiscale voorwaarden gunstiger zijn, terwijl het bedrijf onvoldoende transparantie biedt om precies te verklaren welke inkomstenstromen en waarderingen daaraan ten grondslag liggen.