Geen vertrouwen en 35 presidentskandidaten: 'Alles is corrupt'
In dit artikel:
Peru gaat op 12 april opnieuw naar de stembus nadat het land in tien jaar tijd liefst negen presidenten zag passeren. Politieke instabiliteit, grootschalige corruptie en een stijgende misdaadcijfers hebben het vertrouwen in instituties vrijwel weggespoeld; onderzoeksbureau Latinobarómetro noteert dat nog maar ongeveer zeven procent van de bevolking vertrouwen heeft in de politiek. Tegen die achtergrond is er een groeiende roep om een autoritaire, daadkrachtige leider die “orde op zaken stelt” — veel Peruanen wijzen daarbij bewonderend naar Nayib Bukele in El Salvador.
Wie en wat: 27 miljoen kiesgerechtigden bepalen deze ronde uit een recordaantal van 35 kandidaten. In de peilingen staan Keiko Fujimori (rechtse erfgename van Alberto Fujimori) en extreemrechtseling Rafael López Aliaga bovenaan; ook een rechts georiënteerde comedian scoort hoog. Campagnes spelen sterk in op veiligheid en straffen: plannen variëren van grootschalige detentie en de doodstraf tot massale uitzettingen van Venezolaanse migranten en het verlaten van het Amerikaans Verdrag van de Mensenrechten. Datum Internacional rapporteert dat 51 procent van de Peruanen een Bukele-achtig beleid zou willen.
Waarom dit speelt: de dagelijkse realiteit voedt de roep om harde maatregelen. Het aantal moorden verdubbelde recentelijk naar gemiddeld zes per dag; afpersing en executies door criminele bendes nemen toe. Tegelijk is er een grote groep Venezolaanse migranten (ruim 1,5 miljoen) die door sommige Peruanen als oorzaak van onveiligheid wordt aangewezen. De voorgangers in het presidentschap faalden niet alleen in het oplossen van deze problemen, velen bleken zelf corrupt: vier oud-presidenten zitten in de cel, een ander pleegde zelfmoord om gevangenschap te vermijden en weer een ander stierf na zestien jaar cel—zodanig dat er zelfs een speciale gevangenis voor oud-presidenten is gebouwd. Die politieke verwording voedt het cynisme: “Todos son corruptos”, klinkt het vaak.
Hoe het er politiek uitziet: de verkiezingscampagnes trekken door heel het uitgestrekte land, maar bereiken vele afgelegen gemeenschappen nauwelijks. In dorpen als Lobitos en het Andesdorp Cabanaconde voelt men zich vergeten; lokale problemen (zoals waterreservoirs of slechte wegen) blijven onopgelost. Campagnepraktijken variëren van het uitdelen van mokken en Tupperware tot meer beschamende taferelen zoals het bekogelen van kandidaten met eieren of waterballonnen. Debatten — gespreid over meerdere avonden om zoveel kandidaten ruimte te geven — ontaarden volgens sommige waarnemers in een populistisch spektakel waarbij telkens nieuwe, extremere beloften worden gedaan.
Corruptie en economie: Transparency International plaatste Peru op plek 130 van 182 landen; schattingen spreken van ongeveer zes miljard euro jaarlijks verloren aan corruptie. Toch is de economische situatie paradoxaal: ondanks politieke chaos heeft Peru één van de snelst groeiende economieën in de regio. Lage inflatie, sterke wisselkoers en een investeringsstijging — mede gesteund door hoge prijzen voor koper en goud — zorgen voor positieve groeiprognoses (Goldman Sachs verwacht circa 3,1% bbp-groei dit jaar). Econoom en oud-minister Luis Miguel Castilla wijst op een “ontkoppeling” tussen politiek en economie: instituties als de onafhankelijke centrale bank en een pragmatisch, open economisch beleid houden het land draaiende, maar die stabiliteit heeft grenzen doordat voortdurende regeringswisselingen langetermijnbeleid ondermijnen.
Machtscentrum: analisten benadrukken dat het congres de sleutelpositie heeft; gevestigde partijen — met name Fujimorismo — domineren en bepalen mede wie het presidentiële bedrijf betreedt. Door de fragmentatie en korte regeerperiodes veranderen kabinetten en ministers snel (bijvoorbeeld achttien ministers van Binnenlandse Zaken in vijf jaar), wat beleidscontinuïteit belemmert en investeringskwaliteit op termijn kan schaden.
Gevolgen voor burgers: veel Peruanen hebben zich teruggetrokken uit politiek engagement of vertrouwen niet meer op verkiezingen om hun dagelijkse problemen op te lossen. Jonge ex-profvoetbalspeelster Saraí Salazar Requena werkt in een kustdorp en zegt het nieuws niet meer te volgen: “Alles is corrupt.” In afgelegen gebieden overleven mensen door zelfredzaamheid — ze planten, onderhouden lokale toeristische activiteiten of organiseren zich op regionaal niveau — omdat centrale overheidssteun vaak uitblijft. Anderen, zoals de ingenieur Juan de Dios, investeren wel tijd en geld in campagnes in ruil voor later persoonlijke gunsten, een praktijk die de patronagecultuur in stand houdt.
Risico’s en dilemma’s: de electorale shift richting sterkehandpolitiek brengt een fundamenteel dilemma naar voren: velen lijken bereid democratische waarborgen op te offeren voor veiligheid en orde. Historisch verwijzen sommigen naar steun voor Alberto Fujimori in de jaren negentig als precedent. Critici vrezen dat invoering van zware repressieve maatregelen of het terugtrekken uit internationale mensenrechtenverdragen de rechtsstaat ondermijnt en mensenrechtenschendingen kan legitimeren — terwijl idealiter de oplossing juist institutionele versterking, bestrijding van corruptie en investeringen in politie en justitie zou zijn.
Kortom: de verkiezing van 12 april komt op een moment van diepe politieke wanorde en groeiende maatschappelijke angst. De race lijkt een keuze tussen meer van hetzelfde — maar dan vaak autoritair en populistisch verpakt — en de lastige opgave om via versterkte instituties en beleidscontinuïteit het vertrouwen en de veiligheid op lange termijn te herstellen. Wie dat vertrouwen kan herwinnen, en op welke manier, zal bepalen of Peru uit de vicieuze cirkel van instabiliteit kan breken of verder richting autoritaire oplossingen zwenkt.