Geen straf voor wapens in Pekela door geharrewar met sporen. 'DNA-bewijs is niet heilig'
In dit artikel:
In april 2024 doorzocht de politie een huis in Oude Pekela dat in verband werd gebracht met drugshandel en trof daarbij zowel een klein beetje drugs als meerdere wapens aan. In een terrarium lag een balletjespistool dat sterk op een echte Beretta leek; aan de wand hing een 9 mm Rhöm-vuurwerkpistool — beide verboden omdat ze als dreiging kunnen worden gebruikt. In een tas in de kelder vonden agenten een Walther P22-gaspistool, een Bruni-revolver met negen patronen en een Zoraki-pistool met twee kogels; die waren omgebouwd zodat er munitie mee kon worden afgevuurd.
De bewoners, de 49-jarige H. en zijn 46-jarige partner G., gaven eigenaar te zijn van het balletjespistool en het vuurwerkpistool aan de muur, maar ontkenden kennis van de wapens uit de kelder. Op onderdelen van de revolvers en pistolen werden DNA-sporen van hun vermoedelijke minderjarige zoon aangetroffen; ook waren er andere sporen, maar het onderzoek naar herkomst en verklaring van die DNA-resultaten bleek onvolledig. Daardoor konden H. en G. niet worden vervolgd voor de kelderwapens.
De officier van justitie benadrukte dat DNA alleen niet altijd doorslaggevend is; hij eiste 80 uur taakstraf. De politierechter vond geen overtuigend bewijs dat het tweetal de kelderwapens beheerde, maar veroordeelde hen wel voor het bezit van de gevaarlijke nep- en vuurwerkpistolen en legde 60 uur taakstraf op.