Geen straf voor verdachten in Stint-zaak, OM gaat in hoger beroep: 'Hadden wel andere en betere ontwerpkeuzes kunnen maken'
In dit artikel:
Twee hoofdverdachten in de Stint‑zaak, Edwin Renzen en Peter Noorlander, zijn door de rechtbank in Den Bosch schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, maar krijgen geen straf opgelegd. Het gaat om documentenmanipulatie; de rechtbank kon ze niet strafrechtelijk verantwoordelijk houden voor het dodelijke ongeluk op 20 september 2018 bij een spoorwegovergang in Oss waarbij vier kinderen om het leven kwamen.
De rechtbank stelde vast dat er geen sluitende oorzaak voor het ongeval is aangetoond. Daardoor kon zij niet concluderen dat de producenten opzettelijk een gevaarlijk product op de markt hebben gebracht. Tegelijk erkende de rechter dat deze uitkomst voor de nabestaanden pijnlijk en onbevredigend zal zijn.
De Stint is een elektrische bolderkar die veel werd gebruikt door kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Bij het ongeluk in Oss raakte de bestuurster zwaar gewond; zij verklaarde dat de kar op hol sloeg en dat de rem niet werkte. Het Openbaar Ministerie betoogde dat Renzen en Noorlander bekend waren met problemen aan de Stint, maar niets deden om die op te lossen en gebruikers daarover niet informeerden. Daarom had het OM ruim vijf jaar cel geëist.
De rechtbank neemt die aantijging niet over, al merkt zij op dat de makers andere en betere ontwerpkeuzes hadden kunnen maken zodat de Stint veiliger zou zijn geweest. Direct na de uitspraak maakte het OM bekend dat het zeker in hoger beroep gaat.
De verdachten reageerden volgens hun advocaten gelaten; ze zeiden vooral het verdriet over de gebeurtenissen te voelen en dat die emoties het onmogelijk maken blij te zijn met de uitkomst. Journalisten van het proces waren aanwezig en hebben verslag gedaan van de behandeling en de uitspraak.