Geen straf voor makers van elektrische bolderkar Stint na ongeval waarbij 4 kinderen stierven
In dit artikel:
De rechtbank in Den Bosch heeft de makers van de elektrische kinderwagen Stint niet strafrechtelijk veroordeeld voor het dodelijke ongeluk in september 2018, maar verklaarde hen wel schuldig aan valsheid in geschrifte. Tegen oprichter Edwin Renzen, ontwerper Peter Noorlander en hun bedrijven liep een zaak over het ongeval op 20 september 2018 in Oss, waarbij een Stint een gesloten spoorboom doorkruiste en een trein vier kinderen het leven kostte; een vijfde kind en een medewerkster raakten zwaar gewond.
Het Openbaar Ministerie had de verdachten zwaar aangeklaagd en eiste 5 jaar en 4 maanden cel, omdat men stelde dat zij op de hoogte waren van technische gebreken en toch een gevaarlijk product op de markt hadden gebracht. De rechtbank oordeelde echter dat die hoofdanklacht niet bewezen is: vaststaat niet dat de makers bewust een gevaarlijk voertuig hebben verkocht. Wel concludeerde de rechter dat de verdachten een onjuiste indruk hebben gewekt over de naleving van voorschriften (valsheid in geschrifte), maar vond het niet passend daarvoor een straf op te leggen.
De uitspraak trof de nabestaanden emotioneel. Technisch onderzoek na het ongeluk had meerdere tekortkomingen aan het voertuig aangetoond — onder andere een onvoldoende remconstructie en het ontbreken van remschakelaar, opstartbeveiliging en aanwezigheidsdetectie — maar waarom de Stint niet remde kon niet worden vastgesteld. Kort na het incident werden alle Stints van de weg gehaald; later brachten dezelfde makers een aangepaste versie op de markt, de zogenaamde bso-bus, met tal van technische wijzigingen en verplichte bestuurderstraining.