Geen snelwegen door de stad, geen Manhattan aan de Amstel: de wethouder die Amsterdam redde van zichzelf

zaterdag, 11 juli 2026 (08:31) - Het Parool

In dit artikel:

Halverwege de jaren zeventig stond Amsterdam op een kruispunt: de overheid wilde de binnenstad verder openbreken voor autowegen, kantoorgebouwen en een groot spoorstation bij het Museumplein, terwijl bewoners en buurtactivisten juist vochten voor behoud van de oude wijken. In dat verzet speelde Michael van der Vlis (1944-2018) een belangrijke rol. De student econometrie uit De Pijp groeide, na zijn komst naar een benedenwoning aan de Ruysdaelkade, uit tot buurtstrijder, PvdA-raadslid en later wethouder die het idee van de compacte stad mee vormgaf.

Samen met zijn partner Annie Huying woonde Van der Vlis jarenlang in De Pijp, wat zijn politieke blik sterk bepaalde. Hun woning werd ook een trefpunt voor buurtwerk en de lokale PvdA, waar bewoners terechtkonden met vragen over huur, bijstand en onderwijs. Volgens Tim Verlaan en Petra Brouwer, die een dubbelbiografie schreven over Van der Vlis en de compacte stad, lag hier de basis voor het Amsterdamse stadsvernieuwingsbeleid dat inzet op bouwen voor de buurt, minder autoverkeer en meer ruimte voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers.

Als wethouder zette Van der Vlis die koers stevig door, onder meer via het Verkeerscirculatieplan en nieuwe woningbouw in oude stadswijken. Dat botste geregeld met ambtenaren en bestuurders, omdat hij plannen zonder omhaal aanpaste. Toch was hij volgens de auteurs een sleutelpersoon in de omslag van een uitdijende stad naar een compactere, leefbare hoofdstad. Tegelijk laat hun boek zien dat Amsterdam nu weer met nieuwe stedelijke problemen kampt, juist door het succes van die aanpak: woningnood, druk op voorzieningen en verlies aan leefbaarheid.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Hugo Borst over schrappen van woorden als 'homokroeg' in biografie Komrij: 'Geschiedvervalsing!'