Geen misbruikzaak is dezelfde, maar een nieuw praktijkboek kan houvast bieden

maandag, 18 mei 2026 (09:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Iva Bicanic (hoogleraar seksueel misbruik van kinderen, directeur kennisontwikkeling CSG), Lidewijde van Lier (projectleider aanpak online seksuele misdrijven, politie), Elizabeth Mol (senior beleidsadviseur Slachtofferhulp Nederland) en Annelot Weusten (CSG) hebben samen een praktisch handboek gemaakt voor de afhandeling van grootschalige — vaak online — zedenzaken die maatschappelijke onrust kunnen veroorzaken. Het 272 pagina’s tellende Praktijkboek grootschalige (online) seksueel misbruikzaken met risico op maatschappelijke onrust is bedoeld voor politie, justitie, hulpverleners, bestuurders van scholen en sportclubs en voor betrokkenen die onverwacht met zo’n zaak geconfronteerd worden. Maandag wordt het boek gepresenteerd aan burgemeester Ronald Schneider van Barendrecht (waar in 2024 een grote ontuchtzaak speelde) en het verschijnt ook online via het CSG en Slachtofferhulp Nederland.

Het boek bundelt ervaring van artsen, officieren van justitie, hulpverleners en advocaten en biedt concrete handvatten: voorbeeldbrieven die een school of organisatie aan ouders kan sturen; eenvoudige zinnen en tips voor gesprekken met jonge kinderen; aanbevelingen voor het ondersteunen van de omgeving van een verdachte; en aanwijzingen voor de communicatie richting slachtoffers. Een belangrijke eerste aanbeveling is helder: vermoed je een grootschalige zaak, bel dan eerst de politie zodat opsporing en hulpverlening gecoördineerd plaatsvinden. De auteurs benadrukken dat er geen universele blauwdruk is en dat samenwerking en luisteren tussen instanties cruciaal zijn.

De aanleiding voor het boek is de snelle toename van dergelijke zaken, vooral door online misbruik. Het Centrum Seksueel Geweld ziet al zes jaar een jaarlijkse toename van ongeveer 15 procent; momenteel vragen jaarlijks zo’n twintigduizend mensen om hulp. Die schaal vergroot praktische en rechtsstatelijke problemen: bij grootschalige online dossiers zijn slachtoffers vaak geografisch verspreid en niet altijd individueel identificeerbaar, waardoor zij mogelijk geen rol kunnen spelen in strafzaken, geen schadevergoeding krijgen of geen passende zorg ontvangen. Slachtofferhulp waarschuwt dat juridisch recht en erkenning essentieel zijn voor herstel, maar dat die rechten door de massaliteit in het gedrang kunnen komen.

Het boek richt zich ook op de emotionele en communicatieve aspecten. Bicanic vertelt over een voorbeeld uit de praktijk waarin ze scholen leerde eenvoudige, feitelijke woorden te gebruiken tegenover kinderen — iets wat in eerste instantie door politie en OM als riskant werd gezien omdat het een onderzoek zou kunnen beïnvloeden, maar dat ouders juist rust gaf. Van Lier noemt de groei van dit probleem bijna een “epidemie” en waarschuwt dat de samenleving dreigt te verharden of apathisch te worden door de frequentie van zulke zaken. Het praktijkboek wil die versplinterde aanpak tegengaan en betere, gedragen samenwerking stimuleren zodat slachtoffers en betrokkenen sneller en adequater worden geholpen.