Geen konijn, geen speklappen doch zeetong met spinazie
In dit artikel:
Koning Willem-Alexander zou naar verluidt een eenvoudig vakantiewoningetje bezitten in een bos bij Drenthe; het kleine huisje met twee slaapkamers wordt volgens het stuk op informele wijze bezocht, meestal kort en incognito. De overheid schijnt terughoudend te zijn over royale buitenhuizen — het koningshuis mag niet opzichtig pronken met landgoederen, aldus de verklaring in het verhaal — waardoor de koning zich schikt bij een bescheidener verblijf en liever niet uitpakt met groots bezit in Griekenland of Afrika.
Vorige week zette de vorst zich vermomd (zonnebril, pruik, regenjas) aan bij de patatkraam van Jantinus Schut, in de dorpsmond Jan Eulie genoemd. In een luchtig gesprek bestelde hij friet en een braadworst, maakte een anekdotische terugblik op een bezoek aan het Witte Huis bij „Trump” — met absurdistische opmerkingen over zee-eten en vliegdekschepen — en besprak kort een ontmoeting met minister-president Jetten, die volgens de koning veelvuldig zat te appen. De ontmoeting leest als satire: een mix van volks praat, humoristische overdrijving en kleine kritiek op politieke en persoonlijke keuzes.
Het bezoek eindigde nonchalant: een snelle hap, een verzoekje aan de bakkersman om hem later te herinneren aan het uitreiken van een ridderorde, en weer vertrek. Het stuk tekent een beeld van een vorst die bewust laagdrempelig wil lijken, terwijl er zowel sprake is van heimelijke landsverlangens als van het politieke en theatrale decor rond zijn rol.