Geen 'crime passionel' maar femicide: media reflecteren op hun taal over geweld tegen vrouwen
In dit artikel:
Journalisten en redacties blijken regelmatig ongelukkige keuzes te maken bij de verslaggeving over geweld tegen vrouwen en seksueel misbruik. Dat signaleert onder meer journalist en podcastmaker Zoë Papaikonomou, die op sociale media foutieve koppen en formuleringen aan de kaak stelt; vaak leidt die kritiek ertoe dat titels worden aangepast. Ook kennisinstituut Atria en belangenorganisatie Women Inc wijzen media regelmatig op problemen en geven richtlijnen voor beter taalgebruik.
Concrete voorbeelden uit Nederlandse kranten illustreren de knelpunten: een veroordeelde stalker werd omschreven als een “gezinsman in hart en nieren”, en naaktfoto’s van minderjarigen werden aangeduid als “erotisch”. Op websites van regionale kranten verscheen een kop die de indruk wekte dat een zesjarig meisje zelf aanleiding gaf tot het sturen van naaktfoto’s via een online spel. Hoofdredacteuren zoals Corine de Vries (Noordhollands Dagblad) en Joris Gerritsen (De Gelderlander) erkennen de kritiek, pasten koppen aan en startten gesprekken op de redactie over woordkeuze en welk perspectief centraal hoort te staan in rechtsverslagen.
Onderzoekers van Atria (Britt Myren en Paula Thijs) geven meerdere oorzaken aan: zachte bewoordingen voor ernstige misdrijven, het noemen van irrelevante details over slachtoffers (wat kan leiden tot victimblaming), en het te veel uitvergroten van het frame van de onbekende dader, terwijl vaak iemand uit de directe omgeving schuldig is. Papaikonomou wijst daarnaast op structurele factoren op nieuwsredacties: werkdruk, slordig omgaan met stijlregels en gebrek aan kennis over gevoelige thema’s. Vooroordelen en patriarchale opvattingen beïnvloeden volgens haar ook welke verhalen en invalshoeken gekozen worden.
Atria en Women Inc adviseren concrete aanpassingen: benoem dader en daad actief, vermijd passieve formuleringen die de dader naar de achtergrond drukken; gebruik correcte termen zoals ‘misdrijf’ en ‘geweld’ in plaats van vergoelijkende omschrijvingen; laat niet-relevante details over slachtoffers weg; en plaats individuele gevallen in een breder maatschappelijk kader zodat patronen zichtbaar worden. Redacties kunnen dit ondersteunen door stijlboeken levend te houden, meer interne toetsing en meer collega’s bij gevoelig werk te betrekken, en door training over gender- en slachtoffervriendelijke verslaggeving.
Redacties worstelen met de balans: soms is achtergrond over de dader relevant om de gemeenschap te waarschuwen, maar te veel aandacht voor diens menselijke kanten kan als bagatellisering worden ervaren. Positief is dat kritiek steeds vaker leidt tot reflectie en aanpassingen; Papaikonomou merkt dat journalisten vaker reageren, hun formuleringen herzien en het gesprek aangaan, in plaats van alleen in de verdediging te schieten.
De Oranjezomer: Dominique Schreinemachers begrijpt verbanning Ronnie Flex en Lil' Kleine bij Vierdaagsefeesten