Geen bewijs voor 18.000 miljard dollar aan investeringen: 3 beweringen uit State of the Union van Trump gefactcheckt
In dit artikel:
President Trump gebruikte zijn State of the Union (de langste ooit) om de Amerikaanse economie rooskleurig voor te stellen. VRT NWS vergeleek drie economische uitspraken met beschikbare feiten en concludeert dat twee beweringen misleiden of onjuist zijn en één technisch juist maar misleidend.
1) Investeringsbeloftes van 18.000 miljard dollar
Trump zei dat hij in twaalf maanden investeringsbeloftes ter waarde van 18.000 miljard dollar had binnengehaald. De officiële lijst op de website van het Witte Huis telt echter ongeveer 9.600 miljard dollar aan beloften — ruim de helft van het door Trump genoemde bedrag — en veel daarvan zijn geen private bedrijfsinvesteringen maar toezeggingen van buitenlandse overheden (ongeveer 5.167 miljard). Voorbeelden: de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar worden genoemd met zeer grote bedragen, maar in het geval van Qatar gaat het volgens de White House-communicatie om een economische uitwisseling en niet per se om directe investeringen van 1.200 miljard. Sommige grote techbedrijven kondigen wel degelijk miljardenprogramma’s aan (bijv. Apple 600 miljard over vier jaar), maar die investeringen zijn soms al eerder aangekondigd of lopen over meerdere jaren. Er bestaan geen complete, onafhankelijke data die alle buitenlandse investeringen scherp kunnen verifiëren, maar het bewijsmateriaal ondersteunt Trumps 18.000-miljardclaim niet — oordeel: geen bewijs.
2) “Meeste mensen ooit aan het werk”
In absolute aantallen klopt Trump: in januari 2026 waren ongeveer 159 miljoen Amerikanen werkzaam, het hoogste aantal ooit. Dat cijfer moet echter in context: de Amerikaanse bevolking is gegroeid (ongeveer 342 miljoen), dus meer werkenden volgt uit bevolkingsgroei. Het aandeel van de bevolking dat werkt is al 25 jaar aan het dalen (van 64,7% in 2000 naar 59,8% in januari 2026), grotendeels door vergrijzing. De werkloosheid is laag (4,3%), maar was onder voorganger Biden al lager (4% bij vertrek, zelfs 3,4% op het laagste punt). Conclusie: technisch juist maar misleidend als maatstaf voor presidentschapssucces.
3) Wie betaalt de invoerheffingen?
Trump stelde dat de door hem ingevoerde tarieven door “andere landen” werden betaald. Economisch onderzoek weerlegt dat: studies — onder meer door Duitse economen die 25,6 miljoen verscheepte productstroomgegevens analyseerden — tonen dat buitenlandse exporteurs slechts circa 4% van de tarieflast dragen; ongeveer 96% valt terug op Amerikaanse importeurs en uiteindelijk consumenten. Ook instituten als de Council on Foreign Relations, de Federal Reserve Bank of New York en het Congressional Budget Office komen tot vergelijkbare conclusies. De tarieven leverden in 2025 wel zo’n 200 miljard dollar aan grensinkomsten op, maar dat bedrag komt primair neer op binnenlandse partijen. Bovendien oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof recentelijk dat de invoerheffingen onrechtmatig waren ingevoerd. Conclusie: de bewering dat andere landen de tarieven betalen is onwaar.
Samengevat: veel van Trumps indrukwekkende econocijfers blijken bij nadere bestudering te veel te steunen op kiezende interpretaties, oude toezeggingen of onvolledige onderbouwing. Sommige uitspraken zijn waar in absolute zin maar misleidend zonder context; andere zijn feitelijk onjuist.