Geen belasting, recordomzet en 'alles is voor Infantino': hoe dit WK een Fifa-geldmachine werd
In dit artikel:
De Fifa heeft met het WK in de VS, Canada en Mexico een commerciële topeditie neergezet: door de uitbreiding naar 48 landen en 104 wedstrijden stroomt er volgens sporteconoom Ruud Koning een recordbedrag naar Zürich. De wereldvoetbalbond haalt naar schatting 8,9 miljard dollar omzet binnen, vooral dankzij dure tv- en streamingrechten, luxearrangementen, sponsorinkomsten en de extreem hoge kaartprijzen die via dynamische prijsstelling verder opliepen.
Volgens Koning laat dit toernooi zien hoe hard de Fifa inzet op maximalisering van winst, met weinig aandacht voor toegankelijkheid of eerlijke verdeling van schaarse tickets. Vooral de mediarechten groeien sterk door het grotere aantal wedstrijden en landen; daardoor wil Fifa-president Gianni Infantino in de toekomst zelfs naar 64 deelnemers. Tegelijkertijd blijven de gastlanden achter met hoge kosten voor beveiliging, infrastructuur en organisatie, terwijl de verwachte economische meevaller voor steden en hotels onzeker blijft.
Koning waarschuwt dat zulke financiële eisen het voor toekomstige organiserende landen moeilijker maken om een WK binnen te halen. Ook wijst hij op de zwakke reputatie van de Fifa en op de groeiende invloed van politiek en macht, zoals de ingreep rond de Amerikaanse speler Folarin Balogun. Zijn bredere punt: het WK is uitgegroeid tot een enorm winstmodel, maar de rekening en risico’s liggen vooral bij de gastlanden, terwijl clubs en spelers straks mogelijk ook hun deel van de opbrengst gaan opeisen.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen reageert op het overlijden van Rob Dieperink