Geen 600.000, maar 6 miljoen: de Nederlandse slavernij was veel groter dan tot nu toe aangenomen
In dit artikel:
Journalist Leendert van der Valk toont in Vergeten plekken, vergeten mensen aan dat de Nederlandse betrokkenheid bij slavernij veel omvangrijker en geografisch uitgestrekter was dan vaak wordt erkend. Aan de hand van talloze dossiers en reisverslagen reconstrueert hij vergeten casussen: van twee jonge slaafgemaakten die Cornelis de Houtman in 1595 bij Madagaskar meenam (Lourens en Madagascar) tot de bloedige verovering van de Banda‑eilanden in 1621 door gouverneur‑generaal Jan Pieterszoon Coen. Waar beroemde zeevaarders en handelscompagnieën in het collectieve geheugen blijven hangen, raken de mensen die zij tot slaaf maakten meestal uit beeld.
Van der Valk breidt het perspectief uit voorbij de gebruikelijke Atlantische focus. Hij wijst op een lange Nederlandse slavernijgeschiedenis in Azië — de VOC voerde grootschalige slavenhandel en verving bevolkingen om economische gewassen (zoals nootmuskaat) productief te houden — en noemt tientallen locaties waar Nederland actief was: van New York en Guyana tot Malakka, de Molukken, Tobago en de Maagdeneilanden. Niet alleen de plekken, ook aantallen zijn volgens hem onderschat; in gebieden die later Brits werden — zoals Guyana — leefden bij overdracht al tienduizenden slaafgemaakten. Bovendien signaleert hij dat slavernij in Nederlands‑Indië doorwerkte tot ver na de formele afschaffing van de trans-Atlantische slavernij in 1863.
Een belangrijke blinde vlek is het nageslacht: kinderen die in gevangenschap werden geboren werden nauwelijks meegeteld. Van der Valk haalt het aangrijpende verhaal van Betje aan, die in 1788 als „huwelijksgeschenk” in Utrecht arriveerde en de juridische strijd aanging omdat zij besefte dat verblijf in de Republiek slavernij verbood na een halfjaar; haar kinderen in Suriname bleven echter in slavernij gevangen. Zulke gevallen illustreren hoe mensen primair als economische middelen werden beschouwd.
Volgens Van der Valk is het deels een constructie uit de 19e‑eeuwse geschiedschrijving dat de WIC (West‑Indische Compagnie) de zondebok werd en de VOC als opbouwend handelsvehikel bleef gelden; die narratief verhulde vaak de meedogenloze kanten van de handel in mensen. Hij betreurt ook het voorbehoud van Nederland bij een VN‑resolutie die de trans‑Atlantische slavenhandel bestempelde als zwaarste misdaad tegen de mensheid, maar waarschuwt tegen het rangschikken van leed: slavernij en kolonialisme laten doorwerkende ongelijkheden na.
Van der Valk pleit voor een vollediger debat en voor excuses en erkenning ook richting Azië en andere vergeten plekken: „Als we het debat voeren, moeten we dat niet voor de helft doen, maar helemaal.” Vergeten plekken, vergeten mensen is uitgegeven door Boom.