„Geef roofkunst terug aan Joodse gemeenschap"
In dit artikel:
Een commissie die zich bezighoudt met “verweesde Joodse roofkunst” heeft woensdag een advies aan de Nederlandse regering aangeboden over wat te doen met duizenden geroofde objecten die na 1945 in de Nederlandse NK-collectie belandden maar nooit konden worden teruggegeven. De NK-collectie bestaat uit bijna 4.700 voorwerpen — schilderijen, servies, meubels, muziekinstrumenten, tapijten en meer — die in Duitsland waren teruggevonden en door de geallieerden naar Nederland zijn teruggebracht. Veel eigenaren konden de aanspraak niet maken omdat ze de Holocaust niet overleefden; vandaar de term “verweesd”.
De commissie, ingesteld door het Centraal Joods Overleg en onder leiding van Lodewijk Asscher, concludeert dat de Nederlandse staat na de oorlog weinig moeite deed om terug te geven. Overlevenden werden vaak koud ontvangen, moesten procederen voor hun spullen en kregen soms kosten in rekening gebracht. Sinds de internationale afspraak van 1998 (de zogeheten Washington Principles) onderzoekt Nederland de herkomst van deze objecten en beoordeelt de Restitutiecommissie sinds 2001 verzoeken; tot nu toe zijn 481 objecten teruggegeven.
Belangrijkste aanbevelingen uit het advies:
- Richt een onafhankelijke stichting op die de verweesde objecten publiekelijk toegankelijk en zichtbaar maakt, bij voorkeur ondergebracht bij het Joods Museum.
- Reserveer structureel ongeveer €400.000 per jaar voor beheer en publiekswerking.
- Behoud de mogelijkheid tot restitutie voor gevonden rechthebbenden en spoort musea aan actief herkomstonderzoek te doen.
- Breng deze aanpak als voorbeeld onder de aandacht van andere landen zodat ook zij meer werk maken van herkomstonderzoek, teruggave en educatie.
De commissie benadrukt dat de collectie niet alleen materiële waarde heeft maar ook als middel kan dienen om de verhalen van de eigenaren levend te houden, antisemitisme te bestrijden en het belang van gelijke behandeling en de rechtsstaat te onderstrepen. Als illustratie noemt Asscher de herinnering van zijn grootvader aan het leeghalen van zijn woning, uitgevoerd onder leiding van de beruchte Aus der Fünten — een beeld van hoe persoonlijk verlies en bureaucratische nalatigheid samenkwamen. Tot slot wijst het advies erop dat deze kunstobjecten slechts een fractie vormen van wat er werd geroofd toen Joodse huizen bij deportaties werden ontruimd.