Gedoogvuurwerk en 'big brother': hoe houdt West-Europa voetbalfans in het gareel?
In dit artikel:
Er is geen simpele remedie voor supportersoverlast zoals het massale vuurwerk in de Johan Cruijff Arena; Europese landen hanteren verschillende strategieën die elk onderdelen van het probleem aanpakken: strengere handhaving, technologische oplossingen, geregisseerd gedoogbeleid en sociale preventie.
Engeland koos na de hooliganjaren van de jaren tachtig en negentig voor zwaardere straffen en een strafrechtelijk kader: hogere boetes, gevangenisstraffen, langdurige stadionverboden, uitgebreid CCTV-toezicht, alcoholverboden rond wedstrijden en strenge toegangscontroles. Er geldt ook een meld- of verschijnplicht voor overtreders, een maatregel waarmee Nederland experimenteert. De combinatie van hard optreden en stijgende ticketprijzen veranderde bovendien de samenstelling van de bezoekers.
België scherpt wettelijk in één klap aan: hogere boetes, koppeling van identiteit aan kaartverkoop en een centrale databank met stadionverboden die aan poortsystemen wordt gekoppeld. Clubs kunnen verplicht worden biometrische toegangssystemen te gebruiken; dat stuit op privacykritiek. Een compleet vuurwerkverbod komt er niet meteen: er komt een pilot waarbij vuurwerk alleen gecontroleerd mag worden binnengelaten en uitsluitend door opgeleide "vuurmeesters" mag worden afgestoken, met de mogelijkheid tot een verbod bij incidenten.
Noorwegen experimenteert al sinds de zomer van 2024 met gereguleerde vuurwerkzones in stadions. Die maatregel, tot stand gekomen in overleg met clubs en supportersorganisaties, bevat protocollen en veiligheidsvoorzieningen (zoals zandbakken) en betrekt fans bij de regels. Hoewel het niet foutloos is — er waren incidenten — beschouwen sommige buren, zoals Denemarken, het Noorse model als een interessant alternatief voor totale verbodspolitiek.
Duitsland zet vooral in op langdurige sociale preventie via de 'Fanprojekte' (gecoördineerd door KOS). Sinds 1993 lopen er 71 projecten die door DFB, DFL, ministeries en lokale overheden worden gefinancierd (ongeveer acht miljoen euro per jaar vanuit voetbalorganisaties) om jonge fans te begeleiden, geweld te voorkomen en als brug te fungeren tussen supporters, clubs en politie.
Belangrijke lessen: hardere handhaving werkt samen met technologische barrières en sanctiedatabanken, maar kan privacy- en toegankelijkheidsproblemen veroorzaken; gereguleerd gedogen kan incidenten verminderen als fans en clubs meepraten; en langdurige sociale programma’s pakken onderliggende oorzaken van geweld aan. Landen combineren deze elementen verschillend, wat aangeeft dat een mix van maatregelen maatwerk en draagvlak vereist.