Biblebelt wordt vaak geassocieerd met grote gezinnen, maar het geboortecijfer daalt
In dit artikel:
Het aantal kinderen per vrouw is landelijk en ook in de Bijbelgordel afgenomen, blijkt uit cijfers van het CBS over 2014–2024. In Nederland daalde het vruchtbaarheidscijfer van 1,71 naar 1,43 kind per vrouw. Ook in traditionele protestantse gemeenten waar gemiddeld meer kinderen worden geboren, zien huishoudens minder nakomelingen dan tien jaar geleden, al blijft het niveau daar vaak boven het nationale gemiddelde.
Binnen de door het Reformatorisch Dagblad als Bijbelbelt aangemerkte gemeenten waren de grootste dalingen in Renswoude (van 3,03 naar 2,31), Rijssen-Holten (2,46 → 1,75), Elburg (2,28 → 1,62) en Krimpen aan den IJssel (2,23 → 1,59). In enkele plaatsen steeg het aantal kinderen licht: Neder-Betuwe (2,25 → 2,28) en Nunspeet (2,23 → 2,25). Van alle Nederlandse gemeenten kreeg 93 procent in 2024 gemiddeld minder kinderen dan in 2014.
Vrouwen worden later moeder: de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van het eerste kind was in 2024 30,4 jaar (in 2000: 29,1). In grote steden als Amsterdam, Utrecht en Haarlem ligt die leeftijd boven de 32 jaar; in delen van zuidwest- en noordoost-Nederland blijft men doorgaans jonger dan 29 bij het eerste kind—een patroon dat het CBS koppelt aan de Bijbelgordel. Regionale verschillen zijn groot: Urk staat met gemiddeld 2,5 kind per vrouw aan de top, Schiermonnikoog met 0,58 onderaan.
In 2024 werden ruim 166.000 baby’s geboren; bijna 10.000 in Amsterdam, minder dan vijf op Schiermonnikoog. Van de geboorten was 46 procent het eerste kind, 37 procent het tweede en 17 procent het derde of volgende; in Staphorst was het aandeel derde-plus het hoogst (41 procent). Het CBS merkt op dat grote gezinnen vooral in gemeenten met veel ChristenUnie- en SGP-stemmers voorkomen, wat kan wijzen op zowel het reproductieve gedrag van die kiezers als op bredere, traditionele normen in die gemeenschappen.
Kortom: ook in religieuze bolwerken daalt het kindertal, terwijl Nederland als geheel zich met een vruchtbaarheidscijfer van 1,43 in de Europese middenmoot bevindt (vergelijk: Spanje 1,10, Frankrijk 1,61). Historische verschuivingen tonen dat de geografische spreiding van hoge geboortecijfers de afgelopen decennia is omgekeerd ten opzichte van 1960.