Geboortecijfer in Nederland loopt verder terug, vooral in grote steden
In dit artikel:
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat het aantal kinderen per vrouw tussen 2014 en 2024 in bijna alle gemeenten is gedaald, met name in stedelijke gebieden. De daling zet een trend voort die al sinds 2010 zichtbaar is. In 2024 was de gemiddelde vruchtbaarheid in gemeenten sterk uiteenlopend: Urk spant de kroon met 2,50 kinderen per vrouw, tegenover slechts 0,63 op Schiermonnikoog. Amsterdamse vrouwen kregen in 2024 gemiddeld 1,12 kind, tegen 1,52 in 2014.
Regionaal verschilt de teruggang: Friesland, Flevoland en Zuid‑Holland noteerden de sterkste afnames (ongeveer −19%), Zeeland de kleinste (−11%). Bijna de helft van de in 2024 geboren kinderen waren eerstgeborenen (46%). Grote gezinnen komen vooral voor in de Biblebelt, waar vrouwen ook relatief jong moeder worden; op Urk is de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van het eerste kind 27 jaar en daar zijn gezinsgrootte en vroege ouderschap hoger dan gemiddeld.
Landelijk neemt de leeftijd van moeders bij de eerste geboorte toe: van 29,1 jaar in 2000 naar 30,4 jaar in 2024. In sommige steden ligt die leeftijd nog hoger: Amsterdam (32,5), Utrecht (32,4) en Haarlem (32,6). Het CBS wijst economische en woonfactoren aan als belangrijke oorzaken: onzekerheid door flexcontracten, zzp‑werk en automatisering remt jongeren, terwijl plekken met veel nieuwbouw juist hogere geboortecijfers hebben. Ook veranderde migratiepatronen spelen een rol: immigratie voor werk en studie vermindert het geboortecijfeffect, met uitzondering van vrouwen uit Afrikaanse landen die de cijfers nog opdrijven.