Gastheer David Byrne laat zijn muzikanten dansen en grijpt je uiteindelijk naar de keel
In dit artikel:
David Byrne gaf zondagavond in AFAS Live, Amsterdam een twee uur durend concert dat meer op een multimediaal theaterstuk dan op een traditioneel optreden leek. Byrne bouwt voort op het podiumconcept dat hij sinds 2018 gebruikt: acht muzikanten dragen draadloze instrumenten op buikhoogte, waardoor toetsen, gitaren en percussie vrij rondbewegen en iedereen constant kan dansen. De ritmes worden door vier mensen verdeeld, met een sterke nadruk op polyritmiek; de bezetting bevat bovendien een opvallende bassiste en twee strijkers.
Het repertoire strekte zich uit van vroege solo- en Talking Heads-nummers (onder meer een sobere opener van “Heaven”, “Slippery People”, “And She Was”) tot recent werk zoals “My Apartment Is My Friend” en momenten met Brian Eno (“Strange Overtones”). Byrne wisselde intieme, komische en uitbundige scènes af, ondersteund door groots gemonteerde filmprojecties: ijslandschappen, snel stromende rivieren, straatbeelden en close-ups die hem eigen foto’s van Amsterdam bevatten.
Alle uitvoerders droegen fluorescerend oranje overalls en schoenen, wat scherp contrasteerde met de visuele achtergronden. Thema’s die steeds terugkeerden waren huiselijkheid, gezelschap en gastvrijheid — Byrne reflecteerde expliciet op de coronajaren en de relatie met zijn appartement — maar het slot schakelde naar politiek geladen beelden. In de toegift nam een dystopische, jubelende versie van “Burning Down The House” het publiek mee naar een verstikkende climax met beelden van arrestaties, protesten en helikopterlicht, waarmee het programma een verpletterende, zorgvuldig opgebouwde boodschap over thuis en buitenwereld afrondde.