Nederlandse dochterbedrijven van staatsoliebedrijf Venezuela in het vizier van Trump
In dit artikel:
In een statig kantoorpand in het Haagse Statenkwartier huisde decennialang PDVSA Services, het Europese inkoopbureau van het Venezolaanse staatsolieconcern PDVSA. Het kantoor groeide vanaf de vroege jaren tachtig van een klein team tot bijna tachtig werknemers en organiseerde op het hoogtepunt jaarlijks voor bijna twee miljard dollar aan aankopen — mede doordat de olie-inkomsten onder president Hugo Chávez vanaf 1999 ook werden ingezet voor grootschalige sociale projecten, waarvoor niet-oliegerelateerde goederen werden aangeschaft.
PDVSA plaatste daarnaast waardevolle Europese belangen onder in Nederlandse vennootschappen, vooral Propernyn en PDV Europa. Via die structuren hield het staatsbedrijf zeggenschap over onder meer participaties in raffinaderijen en opslagfaciliteiten: halvering van aandelen in Duitse raffinaderijen van Ruhr Öl, een aanzienlijk belang in het Zweedse raffinagebedrijf Nynäs, en het eigendom van Bopec op Bonaire. De Isla-raffinaderij op Curaçao werd langdurig gehuurd en onderhouden door PDVSA maar was nooit eigendom.
Door de politieke en economische neergang in Venezuela — veroorzaakt door mismanagement, corruptie en versterkt door Amerikaanse sancties — zijn veel van die waardevolle belangen echter sterk uitgehold. De olieproductie daalde van ongeveer 3,5 miljoen vaten per dag in 1998 naar minder dan 1 miljoen vaten, waardoor inkomsten opdroogden en dochterondernemingen steeds vaker betalingsproblemen kregen. PDVSA Services kampte met terugtrekkende banken, strengere leveranciersvoorwaarden en soms onbetaalde salarissen; het kantoor sloot uiteindelijk in 2019.
Beweging in de zaken kwam opnieuw toen Amerikaanse claimanten, met name ConocoPhillips, betaalde arbitrale vonnissen wisten te verzilveren door beslag te leggen op buitenlandse PDVSA-activa. ConocoPhillips probeert onder meer Nederlandse belangen te gelde te maken. Een Nederlandse gerechtsdeurwaarder is door de rechtbank aangesteld om aandelen van Propernyn te verkopen; een veiling staat volgens hem gepland voor februari, maar de uiteindelijke opbrengst is onzeker omdat de actuele waarde van die holdings moeilijk vast te stellen is.
Veel oorspronkelijke bezittingen zijn ondertussen van eigenaar veranderd of sterk verminderd: het Ruhr Öl-belang werd in 2011 voor 1,6 miljard dollar aan Rosneft verkocht, het aandeel in Nynäs werd in 2020 teruggebracht tot rond 15 procent en Bopec op Bonaire ging in 2021 failliet. Daardoor is er van het vroegere Europese imperium weinig overgebleven en liggen de restanten onder meerdere schuldeisers: leveranciers, obligatiehouders en bedrijven die ooit gecompenseerd wilden worden voor nationalisaties procedeerden sinds 2017 in talloze zaken bij Nederlandse rechtbanken. Wie uiteindelijk recht heeft op opbrengsten uit eventuele verkopen is daarom betwist terrein; naast ConocoPhillips doen veel andere claimanten aanspraak.
Voormalige managers van PDVSA Services kijken met spijt terug op het verval. Hun herinneringen schetsen hoe een ooit invloedrijk Europees knooppunt van een oliecolossus door interne problemen en externe druk is teruggevallen tot een juridisch en financieel ruziedossier, met Nederlandse rechters, deurwaarders en dure advocaten op de voorgrond.