Gaat Duitsland zijn kerncentrales heropenen? Politiek draagvlak neemt toe
In dit artikel:
CDU-politicus Jens Spahn heeft het debat over kernenergie in Duitsland nieuw leven ingeblazen door te pleiten voor een onderzoek naar het heropenen van eerder gesloten kerncentrales. Hij stelt dat technisch en financieel bezien herinschakeling haalbaar kan zijn en noemt richtbedragen: enkele miljarden euro’s om bestaande installaties weer aan het net te koppelen, veel lager dan de tientallen miljarden die in nieuwe centrales zou moeten worden geïnvesteerd. Spahn vindt dat zo’n maatschappelijke discussie gevoerd moet worden.
Daarmee staat hij lijnrecht tegenover bondskanselier Friedrich Merz, die erkent dat de nucleaire uitstap mogelijk een vergissing was maar zegt dat het besluit onomkeerbaar is. Ook binnen de CDU is dus onenigheid ontstaan. De AfD dringt eveneens aan op heropening en verwijst naar berekeningen uit de sector die suggereren dat sommige reactoren binnen enkele jaren opnieuw operationeel kunnen zijn tegen kosten van één tot drie miljard per installatie; als voorbeelden worden Neckarwestheim II en Brokdorf genoemd.
De Duitse discussie speelt zich af tegen een bredere Europese verschuiving. In Brussel groeit de steun voor kernenergie als stabiele, lage‑emissies bron, mede door de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne. De Europese Commissie wil investeren in nieuwe technologieën, in het bijzonder kleine modulaire reactoren (SMR’s), en trekt honderden miljoenen euro’s uit met als doel nieuwe reactoren rond 2030 operationeel te krijgen. EU-leiders, waaronder Ursula von der Leyen, hebben gezegd dat het afbouwen van kernenergie achteraf gezien een strategische fout kan zijn geweest.
Duitsland staat daardoor op een kruispunt: na jarenlange uitfasering vanwege veiligheids- en afvalzorgen rijzen door stijgende energieprijzen en afhankelijkheid van import opnieuw vragen over de koers. De politieke verdeeldheid toont dat een mogelijke draai naar kernenergie in Duitsland allesbehalve zeker is.