Gaat de clash tussen de N-VA en de ziekenfondsen over besparingsmaatregelen? Of is er meer aan de hand?
In dit artikel:
N-VA-voorzitter Valerie Van Peel stelde recent voor om controles op langdurig zieken weg te halen bij de ziekenfondsen en de automatische toekenning van de verhoogde tegemoetkoming af te schaffen, als onderdeel van besparingsmaatregelen. Ze stelt dat er jaarlijks miljarden naar langdurig zieken gaan — volgens haar cijfers momenteel 12 miljard, mogelijk oplopend naar 16 miljard — en dat naar schatting een derde daarvan onterecht zou zijn. Ook hekelt ze dat ziekenfondsen volgens haar te ruim omgaan met de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming, die lager betalende groepen helpt bij medische kosten, openbaar vervoer en soms energie. Eerder bekritiseerde de N-VA ook de uitbetaling van werkloosheidsvergoedingen door vakbonden en ziet de partij op meerdere fronten besparingspotentieel.
De reactie uit het middenveld was scherp: CM-voorzitter Luc Van Gorp noemde het voorstel “pertinent onwaar” en “immoreel”. Politicoloog Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen) merkt op dat het moeilijk is de diepere beweegredenen van de N-VA vast te pinnen — gaat het puur om begrotingslogica of ligt er een bredere aanval op de traditionele zuilen (middenveldorganisaties zoals ziekenfondsen en vakbonden) aan ten grondslag? Volgens Walgrave past de N-VA in een bredere tendens die de primaten van verkozen politici benadrukt en maatschappelijke organisaties minder invloed wil geven.
Walgrave waarschuwt dat zo’n koers risicovol kan zijn: democratie is meer dan verkiezingen alleen, en het middenveld vervult vaak een corrigerende rol. Hij wijst op extreme voorbeelden zoals Hongarije, waar in naam van democratie vrijheid van vereniging en protestrecht zijn ingeperkt. Het middenveld beschrijft hij als een mogelijke ‘vierde component’ van de democratie: soms louter geconsulteerd, soms sterk vervlochten met de staat (twee modellen die verschillende machtsverhoudingen impliceren).
Socioloog Luc Huyse (KU Leuven) plaatst dit in historisch perspectief: de klassieke verzuiling — met christelijke, socialistische en liberale zuilen die van wieg tot graf organisaties aanboden — verloor na de jaren 60 veel van haar ideologische samenhang en transformeerde naar kwaliteitsgestuurde organisaties. In Nederland ging de ontzuiling eerder en sneller, maar ook in België bestaan nog herkenbare zuilstructuren (jeugdverenigingen, vakbonden, ziekenfondsen, seniorenclubs). Walgrave verwacht geen onmiddellijke volledige ontzuiling: veel middenveldinstellingen wortelen historisch in gilden en vakbonden en blijven maatschappelijk relevant.