"Ga ze vinden op straat!" - Dijkgraaf legt NRC-redactie genadeloos langs de lat
In dit artikel:
Jan Dijkgraaf hekelt in zijn Briefje van Jan de manier waarop NRC een optreden van Bob Vylan in Paradiso besprak. Waar De Telegraaf volgens Dijkgraaf duidelijk meldde dat het duo openlijk haatzaaide en het publiek opriep tot geweld in de straten van Amsterdam, schreef NRC‑recensente Hester Carvalho een lovende vijfsterrenrecensie en benadrukte vooral het muzikale enthousiasme en de gedeelde politieke overtuigingen tussen artiest en publiek.
Het concert, met naar verluidt zo'n 1.500 aanwezigen, zou volgens Dijkgraaf oproepen hebben bevat tot het “vinden op straat” van tegenstanders — taal die hij direct koppelt aan eerdere antisemitische incidenten, waaronder de Jodenjacht van 8 november 2024. Volgens hem maakte NRC daar in haar stuk geen werk van en koos de krant er daardoor voor een activistische lijn voort te zetten in plaats van kritisch te verslaan.
Dijkgraaf beschuldigt NRC van het vergoelijken of relativeren van oproepen tot geweld en ziet daarin een bredere hypocrisie: wie haat tegen conservatieven en Joden aanwakkert krijgt volgens hem lof, terwijl critici worden weggezet. Hij sluit zijn stuk af met een steek richting burgemeester Femke Halsema en een verwijzing naar de polariserende mediabeelden en -reacties in Amsterdam.
Kortom: de controverse draait niet alleen om het concert van Bob Vylan in Paradiso, maar om de vraag of een kwaliteitskrant als NRC journalistiek kritisch genoeg is over politieke en potentieel gewelddadige uitlatingen tijdens een poppodium. Dijkgraaf gebruikt het incident om breder te wijzen op wat hij ziet als journalistieke partijdigheid en maatschappelijke dubbelstandaarden.