Is FVD een gevaar voor de christelijke partijen? „Sommige SGP'ers zijn boos dat we voor het azc hebben gestemd"
In dit artikel:
Forum voor Democratie staat dit jaar niet alleen landelijk op de kaart, maar doet ook in 104 gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen — inclusief dertien zogenaamde Biblebeltgemeenten (waar de SGP bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen meer dan 5% haalde). Het Reformatorisch Dagblad vroeg 22 lokale fracties van ChristenUnie, SGP en combifracties in Altena, Ede, Epe, Kampen, Krimpenerwaard, Nijkerk, Noordoostpolder, Rijssen-Holten, Scherpenzeel, Staphorst, Tholen, Urk en Zuidplas hoe zij staan tegenover samenwerking met FVD.
Belangrijkste uitkomst: geen enkele lokale CU- of SGP-fractie zegt FVD voorafgaand aan de verkiezingen categorisch uit te sluiten. De meeste fracties vinden het undemocratisch om partijen op voorhand te verbieden en willen eerst de kiezer aan het woord laten en daarna voorstellen van eventuele FVD-raadsleden inhoudelijk beoordelen. Wel trekken meerdere fracties een grens bij expliciet antisemitisme, racisme of ander extreemrechts gedrag: dat sluit samenwerking uit.
Toch blijken er duidelijke verschillen in toon en bereidheid. Veel SGP-afdelingen tonen meer sympathie voor FVD of zien de partij als een rechtse “buur” met gedeelde conservatieve punten (bijvoorbeeld op asiel- en medisch-ethische dossiers). In Kampen spreekt de SGP van een landelijke “rechtervleugel” die inhoudelijk op sommige thema’s dicht bijstaat, al wordt FVD ook als minder stabiel en soms grensoverschrijdend gezien. In Staphorst noemen SGP’ers FVD eerder een extra concurrent die kiezers kan weghalen dan een existentiële bedreiging.
Bij de CU klinkt vaker terughoudendheid. CU-fracties benadrukken fundamentele verschillen in grondslag en waarden en sluiten deelname aan een coalitie met FVD in veel gevallen uit. In Rijssen-Holten is men bijvoorbeeld terughoudend omdat de lokale FVD-kandidaten onbekend zijn; uitnodigingen om raadsvergaderingen bij te wonen leverden weinig respons op. In Nijkerk — waar FVD al in de raad zit via een afgesplitst raadslid — is de relatie beperkt tot beleefdheid; gezamenlijke coalitievorming acht de lokale CU-SGP onwaarschijnlijk omdat FVD volgens hen vaak tegen begrotingen en samenwerkingsverbanden stemt.
Lokale voorbeelden benadrukken ook praktische dilemma’s: in Krimpenerwaard juicht de SGP bepaalde FVD-standpunten over asiel en gemeentelijke organisatie toe, maar waarschuwt men voor verdere versnippering van de raad. Daar kwam extra aandacht toen een lokale FVD-lijsttrekker in opspraak raakte vanwege vermeende eerdere betrokkenheid bij extreemrechtse groeperingen — D66 in die gemeente besloot daarop tot een boycot, terwijl SGP/CU dat te voorbarig vinden zonder directe kennis van kandidaten.
Kortom: de dominante lijn is pragmatisch en case-by-case. Veel lokale christelijke fracties willen FVD niet buiten spel zetten, maar zullen concrete voorstellen en gedrag scherp beoordelen. De spanning tussen democratische inclusie, zorg over radicale opvattingen en vrees voor fragmentatie van het lokale politieke landschap bepaalt hun afwegingen. Landelijke controverse rond FVD (complottheorieën, veroordelingen en interne discipinaire kwesties) speelt mee in de achtergrond, maar in de raad wegen lokale inhoud en gedragsnormen vaak zwaarder dan partijnamen.