Fundamenten uit je kindertijd die met ducttape aan elkaar hangen, zijn wiebelig
In dit artikel:
In de kerk ontdekt de auteur na de morgendienst dat het orgel met ducttape aan elkaar hangt: het schapenleer van de balgen is versleten en lekt, waardoor soms een sissend of fluitend geluid ontstaat. De organist en zij lopen samen het instrument in en constateren dat er een echte reparatie nodig is; voorlopig moeten ze het met tijdelijke oplossingen doen en wachten op de orgelbouwer.
Die praktische observatie gebruikt Hanneke Schaap-Jonker als metafoor voor beschadigde fundamenten in mensenlevens en in samenlevingen. Een week later spreekt ze met Marit, die zegt “wiebelig” te zijn; Schaap-Jonker zegt vrij direct dat haar fundamenten met ducttape aan elkaar hangen. Met die beeldspraak verduidelijkt ze hoe ingrijpende negatieve ervaringen in de vroege kinderjaren — niet alleen huiselijk geweld of misbruik, maar ook emotionele verwaarlozing en onverschilligheid — het ‘huis’ van iemands leven zo beschadigen dat stabiliteit alleen met noodreparaties wordt bereikt.
De metafoor wordt ook op grotere schaal toegepast: instituties en naties die gebouwd zijn op onrecht kunnen niet goed floreren als onderliggende problemen niet grondig worden aangepakt. Ze verwijst naar Nadia Bolz-Weber’s commentaar op de Verenigde Staten als voorbeeld van een samenleving met fundamentele onrechtvaardigheden. De vraag is waar we collectief ducttape gebruiken — om pijn te verhullen, macht te behouden of weg te kijken — in plaats van herstel en structurele verandering te zoeken.
Ondanks de gebreken zingen de gemeenteleden door; toch blijft de wens bestaan voor een lofzang zonder ademverlies en voor een wereld waarin geen ducttape meer nodig is. Hanneke Schaap-Jonker is hoogleraar klinische godsdienstpsychologie aan de VU en rector van het Kennisinstituut christelijke ggz.