Froukje ging met een crisis de jeugdzorg in, en kwam er met een nieuw trauma weer uit
In dit artikel:
Toen ze 17 was werd Froukje na een zelfmoordpoging – met instemming van ouders en crisisdienst – buiten huis geplaatst. De gemeente Neder-Betuwe bracht haar op 13 januari 2023 naar D3, een commercieel jeugdzorgbedrijf in Hoenderloo dat formeel bedoeld is voor kleinschalig verblijf. Binnen zes weken op die locatie liep ze echter zulke ingrijpende schade op dat haar behandeling sindsdien stagneert en ze nu te horen krijgt dat ze “te complex” is voor vervolg-hulp.
Bij binnenkomst stond er in het crisisplan weinig over hoe suïcidale escalaties te hanteren. In de praktijk kreeg Froukje veel wisselende begeleiders (vaak invalkrachten), veel alleen-zituren op haar kamer en beperkte telefoontijd. Op 22 februari nam ze een overdosis slaappillen; medewerkers troffen haar de volgende middag wakker en reageerden volgens dossier en haar herinnering hardhandig. Gedurende twee dagen werd ze herhaaldelijk afgezonderd en urenlang vastgehouden in houdgrepen, met medewerkers bovenop haar. Ook ervoer ze vernedering en uitsluiting: verzoeken om contact met haar moeder werden geblokkeerd en D3 communiceerde naar buiten een ander beeld van haar welzijn.
De situatie escaleerde op 24 februari: D3 belde de crisisdienst, maar er bleek landelijk geen beschikbare kinderbedden. Ze werd met een “buitengewone opname” naar een volwassenafdeling van Pro Persona in Nijmegen vervoerd, waar verpleegkundigen blauwe plekken en pijn constateerden. Daarna volgden verplaatsingspogingen (Goes) en een chaotische ambulancerit waarin ze volgens het dossier gebonden werd en dissocieerde. Sindsdien kampt ze regelmatig met dissociatie en herbeleving; traumaverwerking stokte deels doordat haar gesloten-jeugdzorgtraject stopte toen ze 18 werd.
Froukjes ervaring past in een groter patroon. Na 2008 en vooral na rapporten zoals dat van Het Vergeten Kind nam het gebruik van gesloten jeugdzorg af; het Nederlands Jeugdinstituut bepleitte terughoudendheid en kleinschalige alternatieven. Maar passende plekken voor suïcidale jongeren bleven schaars, en commerciële aanbieders zoals D3 sprongen in het ontstane gat. Oud-medewerkers en dossieronderzoek wekken het beeld dat er sprake was van ‘bedden vullen’ en dat niet altijd de juiste vaardigheden of personeel aanwezig waren. D3-directeur Timo van Laarschot ontkent dat beeld en zegt veel aanvragen af te wijzen en nu grotendeels met vaste, gekwalificeerde krachten te werken.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) plaatste D3 op 28 november 2024 onder verscherpt toezicht wegens structurele tekortkomingen en onvolwaardige sturing. De inspectie stelde vast dat begeleiders soms vrijheidsbeperkende maatregelen toepasten tegen de regels, uit gebrek aan kennis of handelingsverlegenheid. In de zomer van 2025 werd het toezicht opgeheven omdat de inspectie volgens D3 verbetering zag; oud-medewerkers die in de tweede helft van 2025 opstapten beweren echter dat die verbeteringen soms schijn waren en dat problematisch handelen bleef voorkomen.
Praktische gevolgen zijn groot: Froukje kan nog geen rechtszaak beginnen omdat haar dossier aanvankelijk geen namen bevatte van de begeleiders die haar hielden; behandelaren oordeelden haar langere tijd te ontregeld voor juridische stappen. Activisten en ervaringsdeskundigen, zoals Jason Bhugwandass, signaleren een reeks vergelijkbare verhalen en vermoeden dat meerdere ex-cliënten ernstig zijn geraakt of overleden na contact met de jeugdzorg.
De zaak illustreert twee knelpunten: een systeem waarin gemeenten minder en anders zijn gaan inkopen zonder dat voldoende passende alternatieven ontstonden, en een professionaliseringsprobleem bij aanbieders die met complexe, suïcidale jongeren moeten werken. Specialisten pleiten voor minder repressieve interventies en meer relationele, nabijheidsgerichte zorg: luisteren, erkennen, bij de jongere blijven en samen spanning verminderen in plaats van isoleren en fixeren, omdat die laatste maatregelen op lange termijn vaak meer schade veroorzaken.
D3 zegt het verleden te betreuren en zoekt inmiddels het gesprek met betrokken jongeren en ouders; de directeur benadrukt dat veel medewerkers van destijds niet meer in dienst zijn. Voor Froukje blijft de belangrijkste klus echter herstel en traumaverwerking — een proces dat telkens stokt omdat de ervaring bij D3 nog steeds terugkeert en omdat het systeem rondom opvang en verantwoording haar weinig houvast biedt.